Damp — mist — nevel — rook — smook — stoom — uit¬waseming — uitdamping — walm betekenis & definitie

Stoffen in verdunden toestand en lichter dan de lucht. Damp wordt gezegd van de vervluchtigde bestand¬deelen van vloeistoffen zoowel als van vaste stoffen.

Waterdamp tabaksdamp, kolendamp. Uitdamping slaat vooral op de dampen, die zich uit een lichaam ontwikkelen. De uitdampingen van poelen en moerassen zijn voor de ge¬zondheid hoogst nadeelig. Uitwaseming wordt bij voorkeur gebezigd van de dampen, veroorzaakt door het uitstralen der warmte van een dierlijk lichaam. Rook is de damp, die uit brandende, smook of walm de zware damp, die uit smeulende en vettige voorwerpen opstijgt; walm wordt bij voorkeur gezegd van den vetten rook eener kaars of lamp. Stoom is de ijle damp, wasem de neerslaande damp van kokend water. Mist en nevel duiden beide laag bij den grond hangenden waterdamp aan, de eerste is zoo dik, dat hij het uitzicht geheel belemmert en het best bij eene tot in de onderste luchtlaag neergedaalde wolk is te vergelijken. Nevel is die laag hangende damp, die of den vorm van ijle wolken aanneemt, of als blauwe damp slechts het verre uitzicht belemmert. Figuurlijk wordt nevel gebezigd om een duisteren, onzekeren en somberen toestand aan te duiden.

Uit de neevlen zal de dag Eenmaal zeker rijzen.