Babbelen — kakelen — kallen — kouten — praten — rammelen — snappen — snateren betekenis & definitie

Weinig beduidende dingen zeggen. Praten, kallen en kouten is een gemeenzaam gesprek voeren tot tijdverdrijf enz. over onverschillige onderwerpen; kallen en kouten worden in de dagelijksche faal minder gebruikt; zij hebben het bijdenkbeeld van gezelligheid.

Snappen en babbelen is snel en aanhoudend spreken zonder er veel bij te denken; het eerste wordt bij voorkeur van jongere kinderen gezegd; aan het laatste is dikwijls het denkbeeld verbonden, dat hetgeen men zegt ten nadeele van andere is. Kakelen, rammelen en snateren is zoo onophoudelijk en luid babbelen of snappen, dat men zich geheel alleen van het gesprek meester maakt, en het voor anderen onmogelijk is er een woord tusschen te krijgen. ,,Ja maar, Koosjen!" rammelde mevrouw Dorbeen, voorbij Mietjen van Naslaan heen sprekende’’.