Baatzucht — hebzucht — inhaligheid — eigenbaat — eigen¬belang betekenis & definitie

Overdreven zucht naar eigen voordeel. De drie eerste woorden hebben eene ongunstiger beteekenis dan de laatste.

Baatzucht is eene on¬edelmoedige begeerte naar eigen voordeel; inhaligheid is dit in sterkere mate; nog sterker wordt dit uitgedrukt door hebzucht. De baatzuchtige, wien het alleen te doen is om voordeel, kan nog mild wezen; de inhalige zoekt, waar hij kan, naar voordeel, hoe klein ook, ook al benadeelt hij anderen; de hebzuchtige, wien het bezit alles is, kent daarbij nooit eenige mildheid. Eigenbaat is laakbaarder dan eigenbelang. Die door eigenbelang gedreven wordt, bevoordeelt zich zelf alleen met verwaarloozing van de belangen van anderen, die door eigenbaat gedreven wordt gaat verder, en doet dit zelfs ten koste van anderen.