Baat — gewin — nut — voordeel — winst — aanwinst betekenis & definitie

Alle drukken uit eene vermeerdering van bezit van hetgeen waarde voor ons heeft of ons ten goede komt. Voordeel is eigenlijk datgene, wat iemand toegedeeld wordt boven anderen; het staat dus tegenover nadeel; het drukt uit alles wat iemand te stade komt, al vermeerdert zijne bezitting er ook niet door.

Baat ziet op eene vermeerdering van welstand, (ook wat het lichaam betreft); het veronderstelt verbetering van den welstand en staat dus tegenover vermindering ervan of schade. Aanwinst is een voordeel, dat meest buiten eigen toedoen verkregen wordt en het goede, dat men reeds heeft, vermeerdert. Gewin wordt gezegd van voordeel, dat het gevolg is van eigen krachtsinspanning. De bijen hadden een goed gewin. Winst wordt door inspanning van krachten of door het geluk verkregen, en is die vermeerde¬ring van bezit, welke dikwijls uit eene daad voortvloeit, die even goed een tegen¬overgesteld gevolg, d. i. verlies kon gehad hebben. Dit woord is vooral in concrete beteekenis in gebruik, terwijl voordeel, baat, nut, gewin even goed in abstracten zin gebruikt worden. Baten wordt gebezigd voor geldelijke voordeelen, winsten. Onder nut verstaat men datgene, wat ons genot ver¬meerdert, wat voor een doel kan dienen en waaruit wij voordeel kunnen trekken. Gij hebt uit mijne lessen niet veel voordeel getrokken. De voordeelen, door de belegeraars tot hiertoe behaald, zijn niet groot. De zieke heeft bij dit geneesmiddel weinig baat gevonden. Maak u zijn voorbeeld ten nutte. Ik heb honderd gulden winst gehad.