Aanblikken—aanzien—aanschouwen—beschouwen—bezien—aankijken—aanstaren—aangapen betekenis & definitie

Deze woorden beteekenen alle den blik op iets richten, het oog korter of langer op iets gevestigd houden. Aanblikken , kort de oogen op iets vestigen, is thans ver¬ouderd; bij aanzien wordt oplettendheid verondersteld van dengene die aanziet.

Aanschouwen wordt niet in de spreektaal gebruikt maar alleen gebezigd in verheven stijl. Niemand heeft ooit God aanschouwd. Beschouwen is iets met aandacht en opmerkzaamheid gadeslaan, evenals het meer ge¬meenzame bezien. Aankijken is eene versterking van aanzien, een zien naar iemand, bepaaldelijk iemand in ’t gezicht zien; in de spreektaal is het in sommige streken gebruikelijker dan aanzien , waarmede het in beteekenis overeenkomt. Waarom kijkt gij mij zoo aan?

Aanstaren wordt gebruikt voor sterk aanzien, ten gevolge van een onweerstaanbaar gevoel van ver¬wondering of begeerte, dat verwekt is. Nu staat zij , sprakeloos , den krijgs¬held aan te staren. Aangapen is verwonderd of dom, met open mond, aan¬staren. De jongen stond de prachtige winkels aan te gapen.