Ikonen Lexicon

Geschreven door Karin Braamhorst, 2004

Gepubliceerd op 01-03-2017

Moeder Gods

betekenis & definitie

Moeder Gods is de titel aan Maria gegeven door de kerkvaders van het Concilie van Efeze (431). De uitzonderlijke verering van de Moeder Gods is te verklaren uit de speciale plaats die zij in de Verlossing inneemt. Door haar uitverkiezing kon de menswording van Christus verwezenlijkt worden.

Door de titel Moeder Gods (Theotokos: zij die God gebaard heeft) wordt beleden dat haar zoon God én mens was vanaf het eerste ogenblik van de incarnatie. De verering van Maria was al in de vroegchristelijke tijd een wezenlijk element, maar bereikte in de orthodoxe devotie een hoogtepunt. Meer dan wie ook gold zij als de voorspraak en als middelares tussen de mensheid en God, en werd zij aangeroepen bij ziekte en in nood. Iconen van de Moeder Gods hebben een miraculeus begin: de evangelist Lucas (zie aldaar) zou driemaal in staat zijn gesteld de Maagd tijdens haar leven te schilderen, en wel steeds na Pinksteren, geheel vervuld van de heilige Geest. Deze drie portretten van Maria vormen de drie basismodellen van de Maria-iconen:

• De Eleousa, of Glykophilousa of Umilenie; de Moeder Gods van de Tederheid;
• De Hodegetria (‘Zij die de weg wijst’);
• De Orante of de Moeder Gods van het Teken.

Ondanks de verschillen wordt een icoon van de Moeder Gods altijd gekenmerkt door drie elementen:

1. De kleuren van het kleed en de mantel zijn tegengesteld aan de kleuren van de kleding van Christus. Maria, afstammend van Adam, draagt altijd een blauw gewaad (kleur van de schepping) en daarover een purperen mantel (kleur van het Goddelijke en het koninklijke, omdat zij door God is verkozen als Moeder van de koning van de wereld).
2. De drie sterren die zijn aangebracht op haar hoofd en schouders zijn een oud Syrisch symbool van reinheid (het was gebruik dit symbool op de bruidsluier van prinsessen te borduren), dat staat voor de maagdelijkheid van Maria voor, tijdens en na de geboorte.
3. Maria wordt altijd afgebeeld met haar zoon of in relatie tot hem: de Maria-icoon is een vertaling van het wonder van de vleeswording. Maria is de nieuwe Eva, een vergoddelijkt schepsel, de Kerk zelf, de gelijkenis van het goddelijk beeld, naar het decreet van de kerkvaders: ‘God is mens geworden opdat de mens God wordt’.