Redactie Ensie

Hypotheek begrippen omschreven, met medewerking van Van Bruggen Adviesgroep.

Gepubliceerd op 16-02-2016

2016-02-16

Spaarhypotheek

betekenis & definitie

De spaarhypotheek is een hypotheeklening met een verzekering, bestaande uit een overlijdensrisicodeel en een spaardeel. Er wordt maandelijks premie betaald voor de verzekering, maar de hypotheekaflossing gebeurt pas ten einde van de looptijd.

Bij de spaarhypotheek is er geen risico dat het gespaarde kapitaal uiteindelijk niet hoog genoeg is, in tegenstelling tot andere hypotheekvormen die gebruikmaken van een eenmalige aflossing ten einde van de looptijd. Dit komt doordat het verzekerde bedrag altijd even hoog is als de hypotheekschuld.

De rente die vergoed wordt over het gespaarde kapitaal is daarbij ook altijd even hoog als de hypotheekrente die men betaalt. Dit betekent dat verhoging in maandlasten bij een stijging van de hypotheekrente wordt gecompenseerd door lagere verzekeringspremie. Er kan dus gesteld worden dat de spaarhypotheek stabielere maandlasten heeft dan andere hypotheken.

De maandlasten bestaan uit premie voor een tweedelige verzekering. Ten eerste bestaat de verzekering uit een overlijdensrisicodeel, waarmee de hypotheek (deels) afbetaald kan worden bij onverhoopt overlijden. En het tweede gedeelte is het spaardeel, waarmee vermogen wordt opgebouwd ter aflossing van de hypotheek. Het opbouwen van vermogen kan bij de keuze voor Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW) zelfs belastingvrij.

Andere voordelen van de spaarhypotheek zijn de maximale hypotheekrenteaftrek, doordat tussentijds niet wordt afgelost, en hoge rendementen wanneer er sprake is van hoge hypotheekrente.

Er zitten echter ook enkele nadelen aan de spaarhypotheek. Zo is het rendement bij lage hypotheekrente ook laag, aangezien hypotheek- en spaarrente verbonden zijn. Ook hanteert deze hypotheekvorm bij het kiezen van KEW strenge voorwaarden met betrekking tot de fiscus (belastingdienst), wat het inkomen en de te betalen inkomensbelasting kan beïnvloeden. Verder zit men bij het afsluiten van de spaarhypotheek vaak vast aan één instelling voor lenen, verzekeren en ook sparen.