Redactie Ensie

Hypotheek begrippen omschreven, met medewerking van Van Bruggen Adviesgroep.

Gepubliceerd op 09-08-2016

2016-08-09

Rentebedenktijd

betekenis & definitie

De rentebedenktijd is een periode voorafgaand of na een rentevaste periode waarin een woningeigenaar kan bepalen wanneer de nieuwe rentevaste periode voor de hypotheek ingaat. Dit biedt de woningeigenaar de mogelijkheid om de voorwaarden van de hypotheek te herzien en een zo laag mogelijke rente af te sluiten.

Doordat de marktrente tijdens de rentebedenktijd kan fluctueren, heeft de woningeigenaar de mogelijkheid om de (nieuwe) rentevaste periode in te laten gaan op het moment dat de marktrente laag is. De rente die geldt tijdens de rentevaste periode wordt namelijk bepaald door de marktrente op het moment dat de rentevaste periode ingaat. Tijdens de rentebedenktijd geldt de rente van de rentevaste periode waarin de bedenktijd is gekoppeld. Het gaat hierbij om de inschatting van de woningeigenaar, deze moet inschatten wanneer de rente het laagst is.

De rentebedenktijd kan vooraf of achter een rentevaste periode plaatsvinden. De meest gangbare manier is na een rentevaste periode. De rentebedenktijd voorafgaand aan een rentevrije periode gaat meteen in wanneer de hypotheek verstrekt wordt. Hierdoor heeft de woningeigenaar de mogelijkheid om ook voor de eerste rentevaste periode het rentepercentage te bepalen.

De rentebedenktijd achter heeft als voordeel dat na het aflopen van een rentevaste periode woningeigenaren niet meteen hoeven te kiezen voor een nieuwe periode. Hierdoor heeft een woningeigenaar de mogelijkheid om de nieuwe rentevaste periode in te laten gaan op een moment dat de marktrente (relatief) laag staat. Door de dalende maandlasten kan dit financieel voordeel opleveren. Bij een rentebedenktijd vooraf is er alleen sprake van voordeel wanneer de woningeigenaar verwacht dat de rente op korte termijn gaat dalen.

Het nadeel van een hypotheek met rentebedenktijd is dat de rente doorgaans 0,2% hoger ligt dan bij normale hypotheken. Voordeel valt dus alleen te behalen wanneer het rentetarief sterker daalt dan 0,2%.