Redactie Ensie

Hypotheek begrippen omschreven, met medewerking van Van Bruggen Adviesgroep.

Gepubliceerd op 01-02-2016

2016-02-01

Bankspaarhypotheek

betekenis & definitie

Een bankspaarhypotheek is een hypotheeklening waarbij tijdens de looptijd geen aflossingen worden gedaan. Deze hypotheekvorm maakt gebruik van een geblokkeerde rekening, waarop periodiek (meestal maandelijks) een geldsom wordt gestort, met de bedoeling om met het maandelijks opbouwende bedrag de hypotheek ten einde van de looptijd geheel te kunnen aflossen.

Er zijn twee verschillende rekeningen binnen de bankspaarhypotheek: de Spaarrekening Eigen Woning (SEW) en de Beleggingsrekening Eigen Woning (BEW). De SEW maakt gebruik van een geblokkeerde spaarrekening, waarop maandelijks een geldsom wordt gestort. Uiteindelijk kan met het gespaarde bedrag op deze rekening de hypotheek geheel worden afgelost. Omdat spaarrekeningen een vast rendement hebben, is er zekerheid van eindkapitaal en dus zekerheid tot gehele aflossing. Een nadeel is dat het rendement bij lage hypotheekrente ook laag is.

Hypotheekvorm BEW heeft net als SEW een geblokkeerde rekening waarop maandelijks geld wordt gestort. Dit geld blijft echter niet onaangeraakt en wordt belegd. De consument kan kiezen in welke mate hij risico’s neemt, maar het rendement zal in tegenstelling tot SEW zelden maximaal zijn. Daarom geeft deze vorm minder zekerheid dat de hypotheek ten einde van de looptijd afbetaald kan worden. Het kan daarentegen ook voorkomen dat beleggen heel succesvol uitpakt en het eindkapitaal hoger uitkomt dan de hypotheek zelf. In dit geval kan er vermogen overblijven na aflossing van de hypotheek, of maandelijkse lasten kunnen worden verlaagd.

De bankspaarhypotheek is bedoeld om een eigen woning aan te schaffen of te verbeteren. Voorwaarden hierbij zijn dat de rekening tijdens de looptijd van de hypotheek geblokkeerd moet blijven, en het hierop gespaarde vermogen moet verplicht gebruikt worden ter aflossing van de hypotheek. De looptijd van de hypotheek is minimaal 15 jaar, waarbij inleg binnen een onder- en bovengrens moeten blijven.