Margaux betekenis & definitie

Margaux is een van de bekendste en meest tot de verbeelding sprekende namen in de wijn-wereld. Een die staat voor élégance en een uitgesproken vrouwelijk karakter. Wat vrij ongewoon is - omdat er geen ‘château Graves’ of ‘château Pomerol’ bestaat - is dat de appellation zijn naam ontleent aan het premier-cru-château dat de wijn op zijn allerbest vertegenwoordigt. De Margaux- appellation heeft een geweldige reputatie, wat z’n wijnen een vliegende start geeft.

Margaux: het district
Net als Sauternes leent ook Margaux zijn naam aan de wijnen van nog vier andere gemeentes: het reglement van de INAO geeft Arsac en Soussans in het noorden en Cantenac en Labarde in het zuiden eveneens het recht de appellation Margaux te voeren. De totaal dus vijf gemeenten tellende appellation vormt wat ik het district ‘groot-Margaux’ noem. Margaux is de eerste van de vier grote Médoc-appellations (Margaux, St-Julien, Pauillac, St-Estèphe) die zich vanaf enkele kilometers ten noorden van de buitenwijken van Bordeaux langs de linkeroever uitstrekken, ongeveer ter hoogte van het punt waar de Garonne en de Dordogne samenvloeien in de Gironde.

Hoewel de twee gemeentes Ludon en Macau in de Haut-Médoc, waar je langs komt als je Bordeaux via de D2 verlaat, geen Margaux leveren in de strikte zin van het woord, worden er wel crus classés geproduceerd. Aan de rechterkant van de route du vin ligt château La Lagune en een stukje verder staan aan de linkerkant de witte hekken die de erfafscheiding vormen van het château Cantemerle. Het landschap van de Médoc is eerlijk gezegd nogal plat en weinig interessant; de dorpen zijn erg eentonig en hebben architectonisch weinig te bieden. Alle architectuur lijkt te zijn geconcentreerd in enkele schitterende châteaux. Zelfs bij een vluchtige blik op de wijngaard van La Lagune ontwaart men de bijna sensueel glooiende hellingen met wijnstokken die naast de weg omhooglopen en achter de heuvel uit het zicht verdwijnen, waar ze uitkijken op de rivier.

Voor mij is dit de essentie van de topwijngaarden van de Médoc en tevens de reden waarom dit gebied niet (zoals in Pomerol) uit ononderbroken wijngaardpercelen bestaat die onopgemerkt in elkaar overgaan. Want alleen op deze subtiel glooiende kiezelhellingen worden de beste wijnstokken, de crus classés, geplant; ze combineren een goede ligging op de zon en een goede afwatering met een perfecte bodem en ondergrond. Ze liggen dicht genoeg bij de brede Gironde om te profiteren van het microklimaat, maar ver genoeg verwijderd van en verheven boven de lager gelegen rijke, moerasachtige palus, waarop wel wijnstokken kunnen groeien, maar die geen druiven van kwaliteit zou voortbrengen.

Margaux: de châteaux
Het hele, nogal verspreid liggende gebied van Margaux wordt ruwweg in tweeën verdeeld: een strook die aan Labarde grenst en een grote concentratie van wijngaarden rond het dorp Margaux zelf. Het district wordt gedomineerd door château Margaux. Hubrecht Duijker geeft ons de belangrijkste statistische gegevens en een impressie van de wijn; het is dus aan mij om er een persoonlijker, architectonisch verhaal over te vertellen. Het is ongetwijfeld het mooiste, statigste gebouw met zuilengalerij van de Gironde. De voorgevel van het landhuis is ontelbare keren gefotografeerd, geschilderd en vol bewondering bekeken. Maar weinigen hebben het voorrecht genoten het portaal te betreden en het interieur te bewonderen dat liefdevol is teruggebracht in de empirestijl. Daarbij werden kosten noch moeite gespaard en heeft goede smaak een hoofdrol gespeeld. De grote eerstejaars-chai wordt vaker bezocht, maar minder vaak afgebeeld. Het is een van de mooiste in de Bordeaux: het hoge plafond wordt ondersteund door rijen strenge, Dorische zuilen waartussen lange batterijen nieuwe paarsgevlekte barriques staan opgesteld.

Met druiven alleen heb je nog geen wijn. De be-drijfsvoering speelt een cruciale rol. Wat ik daarbij zo mooi vind aan Margaux is het briljante driemanschap dat wordt aangevoerd door de aantrekkelijke en scherpzinnige présidente Corinne Mentzepoulos, de dochter van de Frans-Griekse supermarktmagnaat die het château in 1977 van de familie Ginestet kocht. Haar rechterhand is de charmante, enthousiaste en uiterst competente directeur Paul Pontallier. Het edele handwerk ten slotte wordt verricht door de ervaren maitre de chai Grandjou. Een succestrio dat excellente wijnen maakt. château Margaux heeft trouwens altijd uitstekende wijnen gemaakt. Het VM/NM-verhaal ‘voor en na Mentze-poulos’ doet te weinig eer aan de familie Ginestet, die het bedrijf voortreffelijk heeft gerund tot het onfortuinlijke financiële debacle van midden jaren ‘70 (waar mijn oude vriend, wijlen Pierre Ginestet, eervol uit is gekomen).

Twee eeuwen geleden werd Margaux beschouwd als het, op Lafite na, beste château in Bordeaux. Het was samen met Lafite de eerste wijngaard die in februari 1788 bij naam werd genoemd in de wijncatalogus van veilinghuis Christie’s. De wijn van château Margaux stond hoog aangeschreven en was erg duur. Thomas Jefferson, de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in Parijs, schreef in een brief aan een vriend: ‘Hij is van de beste jaargang in negen jaar en komt van een van de vier wijngaarden die de beste reputatie hebben. Ik kan je er gevoeglijk van verzekeren dat er volgens de connaisseurs van dit land [Frankrijk] en van Engeland geen betere fles Bordeaux in Frankrijk geproduceerd wordt. Ik heb er in Bordeaux drie livres per fles voor betaald, gebotteld en verpakt. Dat is erg duur...’ Het duo tweede-cru-châteaux Rauzan-Ségla en Rauzan-Gassies ligt praktisch rug aan rug, dus wijngaard aan wijngaard. In de tijd van Jefferson werd de wijn van madame Rauzan beschouwd als verreweg de beste van de tweede crus. Hij scoorde net onder château Margaux en de andere drie eerste crus. In 1995 heeft Gassies na drie teleurstellende jaren eindelijk weer een wijn geproduceerd die zijn naam waardig is. Ségla heeft lange tijd de reputatie gehad de betere te zijn, en met de grote investeringen van eigenaar Chanel plus de expertise van de voormalige bedrijfsleider van Latour, zal het met een beetje geluk rond de eeuwwisseling zijn oorspronkelijke status hebben hersteld. Daarop vooruitlopend is de ‘s’ van Rausan weer in een ‘z’ veranderd. Het mooie, door grachten omringde d’Issan, het enige 17e-eeuwse château in de omgeving, is zeker een bezoek waard. Prieuré-Lichine, eigendom van de zoon van wijlen Alexis Lichine - een prachtig figuur van het type levenskunstenaar - is zeven dagen per week geopend voor bezoekers. Het opvallend aantrekkelijke château Palmer wordt helaas niet meer bewoond en is zeer spaarzaam gemeubileerd. Zijn elegante, met pannen gedekte torentjes en de charmante, zeer Franse fapade belichamen de vrouwelijke charme van Margaux.

Niet alle châteaux in Margaux zien er voornaam uit, ofschoon sommige beslist pretenties in die richting hebben (Cantenac-Brown doet me op de een of andere manier aan een grote Victoriaanse meisjesschool denken). Een château dat duidelijk wordt bewoond, en bescheiden oogt, is d’Angludet. Het was ooit van het kaliber cru classé ondanks het feit dat het in 1855 die klasse niet haalde, en is het florerend eigendom van de Franse tak van de familie Sichel. Dit ongebruikelijk verspreid liggende district is een nadere kennismaking waard, voordat men doorreist naar St-Julien en Pauillac. Maar nu eerst de wijn.

Margaux: de wijn
De wijnen van het Margaux-district zijn ruwweg te verdelen in twee stijlen, afhankelijk van het château en het jaar. De ene stijl is vrouwelijk en geurig, net als die van het exemplarische château Margaux, met grote wijnjaren als 1949 en 1953, de andere fermer met meer ruggengraat, zoals de Rausan-Ségla van 1966. Van wat recentere jaren zijn er oogsten met charme zoals die uit 1985; wijnen met stevige overtuigingskracht komen uit 1988 en 1990. et sleutelwoord is echter bij alle Margaux ‘aroma’ - van bouquet en van smaak. Maar dat aroma wordt altijd vergezeld van de stevige tanninestructuur die de essentie is van de beste wijnen uit de Médoc: tannine die conserveert, tannine die verfrist. Daarom zijn er in Margaux naar mijn mening meer verschillende stijlen (en vooral kwaliteiten) dan in de compactere districten St-Julien en Pauillac.

Geschiedenis en geografie
Net als in de rest van de Médoc begon de geschiedenis van Margaux als wijngebied pas toen er Hollanders werden ingeschakeld om het land droog te leggen. Daardoor ontstonden er stukken relatief hooggelegen kiezelbodem - zachte glooiingen die voor de argeloze bezoeker amper zichtbaar zijn - met daaromheen veel beter zichtbare, uitgestrekte stukken lager gelegen, moerasachtig land dat niet geschikt is voor wijnstokken. Zo komt het dat geschiedenis en geografie in de Médoc een sterke samenhang vertonen, iets waarvan Margaux het voorbeeld bij uitstek is. De bodemgesteldheid verschilt echter van die in St-Julien en de noordelijke districten doordat hier de kiezelafzettingen uit de ijstijd afkomstig zijn uit de Pyreneeën, en niet uit de Dordogne. De kiezelbodem in Margaux bevat veel kwartskiezels, die — als ze worden gepolijst - halfedelstenen zijn. Wat tegenwoordig niemand meer weet of begrijpt, is dat de hele Médoc, vooral het zuidelijke deel dat begint bij de buitenwijken van Bordeaux, oorspronkelijk ‘Graves’ werd genoemd. Door de stadsuitbreiding werd het noordelijke deel van de Graves van het zuiden gescheiden, waarna alleen dit zuidelijke deel zijn oude naam en identiteit behield. Bovendien duurde het tot de eerste helft van de 18e eeuw tot de wijngaarden wijn van enige betekenis begonnen te produceren, al bezaten ze reeds in de tweede helft van de 18e eeuw de status waar het gebied, voorgegaan door château Margaux, om bekendstaat en die tegenwoordig als vanzelfsprekend wordt beschouwd.

Wijnjaren
Van dit vrij grote, belangrijke gebied met zijn relatief verspreide wijngaarden (vergeleken met de kleinere, compacte districten St-Julien en Pomerol) is moeilijk een algemene beschrijving te geven die recht doet aan de wijnen. Vaststaat dat de weersgesteldheid - die per slot van rekening grotendeels verantwoordelijk is voor kwaliteit, gewicht en stijl van een oogst - in een bepaald jaar van district tot district kan variëren. Buien treden soms heel lokaal op, om maar niet te spreken van de onvoorspelbare hagel die hele lappen wijnstokken kan neermaaien.b Zo werden de weerscondities van 1983 in Margaux gunstiger genoemd dan in andere districten van de Médoc, zelfs nog beter dan in het anderszins beroemdere 1982 (hoewel ik in tegenstelling tot andere ‘autoriteiten’ de oogst van 1982 van château Margaux net zo goed, misschien zelfs beter vind dan die van 1983).

Het is misschien het best om château Margaux zelf als maatstaf te nemen omdat het, anders dan sommige andere premiers crus, behoorlijk consistent van kwaliteit is. Ik heb de uitnemende 1784 al genoemd, die door Jefferson werd opgetekend. Maar ook in de 19e eeuw waren de kwaliteit en stijl van château Margaux zo constant als het weer toestond. Sommige mooie oogsten werden slechts zo nu en dan in de veilingzaal gesignaleerd (en bij andere gelegenheden door mij geproefd): de 1847 en 1848, de 1864 en 1865 (hoewel de laatste twee over hun top heen waren), 1868 en 1869, de magnifieke 1870 en heerlijke 1875, en de verrassend aantrekkelijke, verbleekte oude dames 1888 en 1889 - geplaagd door meeldauw - uit de kelders van kasteel Glamis. Verdere jaren van château Margaux: de 1893, uitstekend, en de tweelingjaren 1899 en 1900 voortreffelijk. 1905 was erg goed, 1906, 1908 en 1911 redelijk goed; dan door naar de klassieke 1920, 1924, de onverbeterlijke 1926, goede 1928 en geweldige 1929. De 1943 van het château, die voor het eerst werd gedronken bij in chocoladesaus (!) bereide fazant, was een van de beste wijnen van dat jaar - net als de 1937 en, we slaan dertien jaar over, de 1950. Het naoorlogse patroon van château Margaux zag er bijzonder goed uit: 1945, 1947, de glorieuze 1949 en 1953, een goede 1955, uitstekende 1959 en 1961; een goede 1962, een twijfelachtige 1964, een stevige 1966 - en misschien wel beter dan de meeste wijnen uit de wisselvallige jaren ‘70. De oogsten van château Margaux onder Mentzelopoulos zijn briljant maar vaak hard, enigszins ontoegeeflijk maar ongetwijfeld goed geproduceerd.

Al deze nadruk op de premiers crus wil niet zeggen dat de andere crus classes hun leider niet volgden, maar om eerlijk te zijn hebben enkele van de gelijkmatige tweede-cru-châteaux mindere perioden. châteaux die het tot 1929 wel goed deden waren Brane-Cantenac, vooral de 1893, 1998, 1899 en de wonderschone 1900, de 1905 en 1920; Rauzan-Ségla en in mindere mate Cantenac Brown. De jaren ‘30 waren voor de meeste onfortuinlijk, hoewel Ségla een goede 1934 heeft gemaakt. Na de oorlog herstelden niet alle châteaux zich even goed. Brane Cantenac werd eigenzinnig, Ségla redelijk goed, maar Rauzan-Gassies bleef zoals gezegd beneden peil. château Palmer won zijn palm metzijn 1961, een van de meest fantastische wijnen van dat geweldige wijnjaar. De 1966 was - en is nog steeds — stijlvol en de nogal dunne en scherpe 1967 is nu verrassend goed, maar Palmers wijnen zijn daarna tot 1976 nogal magertjes. Dan volgt de aantrekkelijke 1978, waarna Palmer inde jaren ‘80 bijna evengoed is als zijn mededingers, al rechtvaardigt dat nog niet het predikaat ‘supertweede’, zoals de 1982 bewijst.

Van de crus bourgeois onderscheidt d’Angludet zich: de zorgen van Peter Sichel halen het beste uit de mineraalrijke bodem; vooral de 1989 is heerlijk. Hubrecht Duijker zal er nog veel meer opnoemen en die châteaux aanwijzen die, zoals Dauzac, door de komst van een nieuw bewind en modernere technieken een facelift hebben ondergaan.
Qrote Margaux-jaren vanaf 1940: 1945, 1947, 1949, 1953, 1955, 1959, 1961, 1983, 1989, 1990.
Qoede Margaux-jaren vanaf 1940: 1943, 1950, 1966, 1970, 1971, 1975, 1982, 1985, 1988, 1993.

Persoonlijke voorkeur
Naast château Margaux zelf d’Angludet, Palmer en Rauzan-Ségla.