Het juiste woord

Dr. L. Brouwers (1928)

Gepubliceerd op 20-03-2024

Toevalligheid

betekenis & definitie

Adjectief: toevallig, doodtoevallig, stomtoevallig, onbestendig, casueel (ka...), occasioneel (okka...).

Werkwoord: staatsloten verkopen, collecteren (koliek...), het lot werpen, het lot trekken,

door het lot beslissen (uitmaken), uitloten, verloten, aflaten (Zn.), de loten splitten (splitsen), loten om iets, strootje trekken, lotje trekken (Zn.), loteren (Zn.), dobbelen om iets, verdobbelen, een prijs trekken, winnen, nummer één trekken, met eigen geld uitkomen, zijn lot is uitgekomen, ’t lot valt op, ’t is net of het spel spreekt.

Bijwoord: bij toeval, bij geval, gevallijk (Zn.), par hasard, per accidens, casu, zonder noodzaak, zonder reden, uit een open reden, op de bonnefooi, op goed geluk af, op goed valle ’t uit, op (goed) fortuin, op goed avontuur, op het rammelen van de pels, bij geluk, bij avontuur, zo goed en zo kwaad als het kan, zomaar, met een boegslag, kruis of munt.

Naamwoord: toevalligheid, casualiteit (ka...), toeval, geval, kans, kramerskans, een dubbeltje op zijn kant.

loterij, loterijspel, geldloterij, staatsloterij, tombola, loting, verloting, uitloting, trekking, loterijtrekking, serietrekking.

loterijman, splitter, loterijsplitter, splitser, gedelegeerde, collecteur (koliek...), collectrice.

collecte (kollekte), foumissement, inleggeld, inlaag, inleg, loterijboek, lotboek, loterijbriefje, briefje, lot, vrijlot, serienummer, serielot, serie, geluksnummer, luk (Zn.), contraboek, loterijzaal, loterijkantoor, lotbus, prikplank, loteiijwet, trekdag, verlootdag, loterijlijst, trekkingslijst, prijs, hoofdprijs, premielot, een wat, een niet, terne, quatern, quintem.

Spreekwoord: hoe komt het kalf bij zijn maat; geen ding gaat bij geval, want God bestuurt het al.

< >