Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

walkowiak

betekenis & definitie

Onbekende atleet die onverwacht een belangrijk sportevenement wint en die prestatie nadien nooit meer herhaalt of benadert. Journalistenjargon. In 1956 verscheen er niet één voormalige winnaar aan de start van de Tour. De belangrijkste renners zoals Fausto Coppi, Gino Bartali, Ferdi Kübler, Hugo Koblet zegden allemaal af. De zege ging dat jaar naar de illustere Roger Walkowiak. Hij won de Tour zonder één rit te winnen. Hij was niet eens opgenomen in de Franse nationale ploeg maar kwam uit voor de Noord-Oost-Centrumformatie. Nu nog spreekt men over een ‘zege behaald a la Walkowiak’. Vgl. Ottenbros.

In 1969 (Zolder) zorgde de vete tussen Van Looy en Merckx voor commotie, fluitconcerten en een nederlaag en zag fietsgek België ene Harm Ottenbros verrassend winnen. De Nederlander werd zowaar de Walkowiak van de regenboogtruien. (Walkowiak was een renner-uithet-pak, die onverwacht de Tour van 1956 won, in een editie die geen grote vedetten telde.) (Herman Laitem: Alle kleuren van de regenboog. 2002)

A la Walkowiak, heet het nog steeds in het peloton, wanneer een verrassende renner dankzij een monsterontsnapping in een vlakke rit de basis legt voor de eindoverwinning. (Raymond Kerckhoffs 8c Robert Janssens: Triomf en tragiek op de Tourcols. 2003)