Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

vol zitten

betekenis & definitie

Met doping rijden. Frans: se biller; bourrer le canon; marcher a la topette.

De Belgen hebben later wel het gerucht verspreid dat ik vol zou hebben gezeten. Al zou ik hebben gebruikt: ook met doping wordt een ezel geen renpaard. (Manu Adriaens: De Muur van Geraardsbergen. De helden van het peloton. 1996)

Let op, ik haalde wel meer sterke stoten uit in mijn carrière, in dat wereldkampioenschap in Heerlen bijvoorbeeld, in 1967, toen Merckx won, heel alleen dichtte ik toen een kloof van drie minuten, maar in de spurt kwam ik een half wiel tekort. En toen ook meteen naar de dopingcontrole. Je hoeft niet altijd vol te zitten om goeie wedstrijden te rijden. (Sys Jacques: De wielergoden van de lage landen. 1997, Jan Janssen)