Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

toerist

betekenis & definitie

Verkorting van wielertoerist; vandaar ook een denigrerende benaming voor een renner die er een zeer langzaam tempo op na houdt. In de jaren dertig van vorige eeuw werd de term ‘touriste-routier’ gebruikt voor een amateur die zonder de minste begeleiding de Tour uitreed. Hij hoorde bij geen enkel team en moest de Ronde op eigen kracht afwerken. Zie ook onverzorgde.

Lucien Buysse, 38 jaar oud, startte als toerist en was in de Pyreneeenrit Luchon-Perpignan de Belgische renner die best met.... Binda mee kon. (Achiel Van Den Broeck: De geschiedenis van de Ronde van Frankrijk. 1949)

Van 1909 tot 1938 stond de Ronde van Frankrijk namelijk open voor deelname van individuelen, toeristen of onverzorgden, zoals ze destijds werden genoemd. (Patrick Cornillie: De eeuw vóór Museeuw. 100 jaar wielrennen in West-Vlaanderen. 1997)