Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

tempobeul, -haas, -renner, -ruder

betekenis & definitie

Wielrenner die lange tijd een hoog tempo kan volhouden. De term wordt ook gebruikt voor een tijdrijden.

De potsierlijke bewondering voor het afzien, dat rare woordgebruik van buitenstaanders, tempobeulen, pijn lijden, afmaken, oprollen, neersabelen, moordende pedaalslagen, wijzen op een ziekte van de geest: fascinatie met pijn, uitputting en kwelling. (NRC Handelsblad, 23/09/1988)

Piet van Est was de elf jaar jongere broer van Wim van Est en net als zijn broer een enorme tempobeul. Hij startte zeven keer in de Tour de France en eindigde drie keer bij de beste dertig. (Jean Nelissen: De 100 beste Nederlandse wielrenners aller tijden. 1999)