Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

pukkel

betekenis & definitie

(meestal als verkleinwoord) kleine helling, heuvel. Vgl. bult en molshoop.

Alle bergen zijn gedaan, op twee pukkeltjes morgenvroeg van de derde en vierde categorie na. (Maarten Ducrot: Berichten uit de Tour de France. 1987)

Alpe d’Huez werd in 1952 voor het eerst opgenomen in de Tour-route. Fausto Coppi was de eerste winnaar. Pas in 1976 doemde de berg opnieuw op in de Tour. Joop Zoetemelk zegevierde. In totaal zijn acht Nederlandse overwinningen genoteerd op de Franse bult, die werd omgedoopt tot Dutch Mountain. Maar na de overwinningen van Bugno (twee keer), Conti en gisteren Pantani is sprake van een pizzapukkel. (Het Parool, 13/07/1995)