Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

pijp: de - is leeg (uit; op)

betekenis & definitie

Geen energie meer hebben; leeg, totaal uitgeput zijn. Syn.: de kaars is uit.

Ik heb hem toen inderdaad ingelopen. Maar toen was meteen ook mijn pijp uit. (De memoires van Fred De Bruyne. 1978)

Op kop rijden. Mannen ophalen als ze lek gereden hadden. Als je dan later toch nog in de kopgroep zit dan is je pijp wel op, maar je zit er evengoed nog bij. (Mario de Boer: Steven Rooks. De sportman van het jaar vertelt zijn levensverhaal. 1989)