Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

pacemaker

betekenis & definitie

Engelse term voor een gangmaker. Zie ook entraineur.

Dus krijgen wij als pacemaker een obskure Fransman toegewezen, een man achter wie onmogelijk te fietsen valt. Na een kwartier heb ik al vijfmaal mijn leven geriskeerd, zo kan het niet verder... (Robin Hannelore: Kampioen in een doodlopende straat. 1973)

Gert Jakobs in de Tour, dat gaf een pracht beeld te zien. Met z’n handelsmerk, een van zweet glimmende kale knikker en kekke ringetjes in de oren, maakte hij in de finales van vlakke etappes altijd veel indruk. Kilometers lang kon hij op kop van het peloton, als stoker van het gevreesde Superconfex-treintje, genadeloos op de pedalen beuken. En als zijn beulswerk door de toenmalige sprintkoning van Nederland, Jean-Paul van Poppel, succesvol werd afgemaakt, straalde dat ook af op de Drentse pacemaker. (Dagblad van het Noorden, 03/07/2003)