Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

ottenbros

betekenis & definitie

Misplaatst winnaar. Naar de Nederlander Harm Ottenbros (bijnaam: de adelaar van Hoogerheide), een renner die in 1969 in Zolder wereldkampioen werd en vervolgens niets meer van zich liet horen. In 1970 kreeg hij last van een blessure. Vol frustraties stopte hij in 1976 met wielrennen. Net zoals Zoetemelk werd de naam Ottenbros spreekwoordelijk in de wielertaal: een blamage op de erelijst. Ottenbros was een onehitwonder, een eendagsvlieg, een renner die min of meer bij toeval wereldkampioen werd. Hij werd lange tijd beschouwd als een ex-wereldkampioen die verzuimd had zijn titel glans te geven. Kijk ook onder Walkowiak. In het flipperjargon werd ‘Ottenbros-resultaat’ lange tijd gebruikt voor het tegen de verwachting in een flinke score maken.

Zoals Van Velde zijn status als topsprinter nog moet verdienen, zo zal de 25-jarige Zinke zeker niet door de vedetten in de armen worden gesloten. De Duitser is in dat opzicht een tragische figuur. Hij is in de loop der jaren meer een man voor de middenafstanden geworden dan voor de sprint. De kanonnen zullen hem als een outcast nawijzen. In het wielrennen zou hij de Beheyt of de Ottenbros onder de wereldkampioenen zijn. (Trouw, 19/02/1992)

‘Al een jaar of vier, vijf is er voor renners van mijn kaliber geen geschikt parkoers uitgezet. Waarom weet ik ook niet. Ze willen verzekerd zijn van grote namen op het podium. Het Ottenbros-effect schrikt alle organisaties af.’ (Algemeen Dagblad, 18/8/1992)