Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

macht: op de - rijden

betekenis & definitie

Niet erg soepel fietsen, omdat men een grote versnelling gebruikt.

De grote plaat draaien, een tandje bijzetten, het grote mes erop, de twaalf steken, op de macht rijden en kien rijden. Allemaal wielerjargon. En allemaal uitdrukkingen betrekking hebbend op Het Verzet. (Leeuwarder Courant, 29/06/1989)

Le Mond reed er op de macht naar toe en Bugno sloot op souplesse aan en ze waren weg. (Mart Smeets: Stoempen, snot en sterven. 1991)