Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

machine

betekenis & definitie

Zo noemt de renner zijn racefiets. Kijk ook onder fiets.

Het meest demarreren, het meest koplopen, steeds van voren als er moest worden geklommen, verkeerd rijden, pech aan z’n machine, de premies in grootschen stijl winnen en dan nog zegevieren in den eindsprint als ’t ware op één been... (Sport in beeld. Revue der Sporten, 24/07/1939)

Reeds in 1909 had hij aangezet en wel op een speciaal machine van La Fran^aise. (Achiel Van Den Broeck: De geschiedenis van de Ronde van Frankrijk. 1949)