Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

knecht

betekenis & definitie

Renner die het voorbereidende werk doet voor een sterkere renner binnen de ploeg; renner die in dienst rijdt van een kopman en deze laatste op weg naar de finale zoveel mogelijk helpt. Dit kan uiteenlopen van het aanreiken van de proviand, het ophalen van bidons, het wegbrengen van regenjasjes, het afstaan van wielen tot het uit de wind houden. Een knecht moet zich in iedere koers wegcijferen voor zijn kopman. Hij staat steevast achteraan in de uitslag. Voor hem geen roem en punten. Toch slagen sommigen erin om in de spotlights te geraken. Claudio Chiappucci bijvoorbeeld die in 1990 tien minuten voorsprong kreeg die hem tot bijna het einde de gele trui opleverden. Fausto Coppi was de eerste kampioen die beroep deed op knechten die volledig in zijn dienst reden. Dat waren vaak zonen van arme landarbeiders. Zij stelden zich destijds tevreden met een bescheiden vergoeding. Zie ook meesterknecht. Men gebruikt ook de termen domestique, waterdrager en gregario. ‘Beter een goede knecht, dan een slechte kopman’ is een populair devies in het peloton. ‘Een goeie knecht is een halve kopman’ is een gezegde van Guido Reybrouck.

Maar binst dat Bartali en zijne ‘knechten’, de wacht hielden bij Vissers, vezelde deze het in de ooren van Kint en Neuville: ‘uitloopen; naar u zal men niet veel omzien, vermits al hunne aandacht voor mij is’. (Karel Van Wijnendaele: Het rijke Vlaamsche wielerleven.1943)

Briek (Schotte, nvdr) durfde voor de wedstrijd nooit de definitieve rollen toewijzen, de kopmannen aanduiden en de knechten op hun werk wijzen. (Noël Couëdel: Maertens. Van uitdager tot kampioen. 1977)