Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

jas: een (beste) - uitdoen (uittrekken)

betekenis & definitie

Een extra inspanning leveren; veel van zijn beste krachten geven. Deze grappige uitdrukking werd in het peloton geïntroduceerd door de Nederlandse profrenner (en later ook wielercommentator bij de NOS) Maarten Ducrot.

‘Ik denk niet dat hij als Tourrenner moet wanhopen,’ vond Kuiper, ‘net als in de eerste Alpenrit had hij vandaag de pech alléén te komen zitten, en dan doe je een jasje extra uit.’ (NRC Handelsblad, 16/07/1993)

Vraag is wel of de renner echt lijdt. Is dit geen gestileerd lijden, dat zich vooral in de taal toont? ‘De man met de hamer tegenkomen’ is in het wielerjargon hetzelfde als ‘toen ging mijn nekkie eraf’ of‘toen heb ik een jasje uitgedaan’. Geen sport die het lijden zo prachtig weet uit te drukken. (Trouw, 03/07/2004)