Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

Gepubliceerd op 25-05-2017

dopingcontrole

betekenis & definitie

Het nagaan of een renner verboden middelen heeft gebruikt. Dit gebeurt door bloed-, haaren/ of urinemonsters te testen. Dopingcontrole werd in de Tour de France voor het eerst uitgevoerd op 28 juni 1966, na het beëindigen van de achtste rit naar Bordeaux. De dood van de Britse renner Tom Simpson in de Tour de France van 1967 was de spreekwoordelijke druppel. De uci besloot van toen af nog strenger op te treden tegen dopingzondaars. Vier renners moeten zich elke dag voor de dopingcontrole aanbieden: de eerste drie van elke rit plus een door het lot aangewezen renner. De leider van het klassement hoeft niet meer te plassen, alleen de eindwinnaar na afloop van de Tour. In de Tour van 2008 kon eenieder die bij een dopingcontrole tegen de lamp liep een boete krijgen van 100.000 euro. Frans: controle antidoping; Engels: anti-doping test. In het Franse wielerargot ook wel Ta pisette’.

Geel in de gele schaduwen staan de renners sigaretten te roken (te lang en te kegelvormig voor normale sigaretten, dat zie je duidelijk in profiel) en vertikken het natuurlijk weer om naar de dopingkontrole te gaan. (Gust Gils: Dank voor de blijdschap. 1977)

In 1967 was men al bezig met dopingcontroles, maar heel efficiënt waren die niet, omdat slimme jongens al direct middelen gevonden hadden om ze te omzeilen. (Robert Janssens: Een eeuw onderweg - Straffe wielerverhalen. 2001)