Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

doping

betekenis & definitie

Stimulerende (lees: prestatieverhogende) middelen. In een Engels woordenboek uit 1889 werd het woord verklaard als: mengsel van opium en narcotica voor paarden. In het meer informele wielertaaltje spreekt men over het spel, de drog of het dynamiet. Een renner die zulke verboden middelen gebruikt noemt men in dit jargon een drogkikker of een pakhaas. Wie geen verboden middelen gebruikt rijdt schoon, naturel of clean. Volgens sommige bronnen zouden Hollandse immigranten bij de opbouw van de stad New Amsterdam in Amerika (tegenwoordig: New York) als versterkend middel een drankje hebben gebruikt waarin echte springstoffen gedompeld werden. Anderen menen dat het woord ‘dop’ oorspronkelijk werd gebruikt door Kaffers, een autochtone stam in Zuidoost-Afrika, als aanduiding van een lokale schnaps, een soort alcoholisch hartversterkertje. De Boeren zouden het woord overgenomen hebben, waarna de betekenis zich uitbreidde tot alle stimulerende drankjes en middeltjes. Doping komt eigenlijk van het Engelse werkwoord ‘to dope’: dopen, onderdompelen. De neveneffecten van dit drankje gaven aanleiding tot het uitvaardigen van een wet om het gebruik ervan te verbieden. Doping kwam in de sport vooral in de aandacht sedert het begin van de jaren zestig van de twintigste eeuw, maar de werking van bepaalde middelen is reeds veel langer bekend. Kort na de wedstrijd Parijs-Rouen in 1869 werd in de Franse pers openlijk gediscussieerd over de vraag welke middelen de beste prestaties opleverden. Het eerste dopingslachtoffer viel in 1896, in Bordeaux-Parijs. De Engelse renner Linton viel dood van zijn fiets, nadat zijn manager (de eigenaar van een rijwielfabriek) hem een overdosis trimethyl had toegediend. De Nederlandse sprinter Piet Moeskops werd in 1926 al wereldkampioen terwijl hij onder de huidige reglementen positief zou zijn bevonden. Sinds de Olympische Spelen van Montreal in 1976 is er veel drukte gemaakt rond de zgn. bloeddoping: het toedienen van een hoeveelheid rode bloedlichaampjes, waardoor de zuurstofopname wordt vergroot. Dit gebeurt dan wel vlak voor de wedstrijd begint. Gebruik ervan is moeilijk aan te tonen. De laatste jaren krijgen de anabole"steroïden veel aandacht als doping. Voor het gebruik van doping kent men in het Franse wielerargot o.a. de volgende uitdrukkingen: ‘se biller; bourrer le canon; charger la gueule; se mettre a la charge; marcher a la dynamite’.

De Italiaan heeft hem een opwekkend middel willen toedienen. Maar hij, die van doping nooit iets heeft willen weten, heeft ook nu bits geweigerd. (Joris van den Bergh: Te midden der kampioenen. 1942)

Ter beteugeling van het euvel van doping in de wielersport heeft de N.W.U. besloten niet alleen het toedienen van schadelijke opwekkende middelen aan maar ook het gebruik daarvan door renners strafbaar te stellen. (Leeuwarder Courant, 27/12/1949)