Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

derailleur

betekenis & definitie

Franse term voor het versnellingsmechanisme aan een racefiets. Letterlijk: ontspoorden De ketting loopt over kamwielen, waarbij een set tanden is gemonteerd op de achteras en op de trapas van de fiets. Het regelen van de versnellingen gebeurt met hefboompjes.

De derailleur werd in 1922 uitgeprobeerd door de Fransman Speicher, maar werd pas in 1937 voor het eerst toegestaan in de Tour de France. Henri Desgrange had zich tevoren steeds verzet tegen de introductie van de derailleur in de Tour, maar omdat een ongesponsorde renner Benoit Faure veel betere resultaten behaalde met zijn fiets waarop wel een derailleur was gemonteerd, moest hij zijn verzet opgeven. Voor de invoering van de derailleur reden de renners met verschillende versnellingen, maar moesten zij met de hand de ketting verleggen op een ander tandwiel. In 1965 probeerden de organisators van Parijs-Tours het de sprinters zo moeilijk mogelijk te maken door de koers te verzwaren. De wedstrijd zou worden verreden zonder derailleur. De aanhangers van deze formule gingen ervan uit dat het veranderen van versnelling de uitkomst zou nivelleren. De renners moesten het tijdens deze editie van Parijs-Tours doen met een vrij tandwiel met drie tandwerken. Om te schakelen naar een andere versnelling moest men stoppen en de ketting met de hand op een ander tandwiel plaatsen. Hierdoor konden aanvallers hun voorsprong slechts centimeter voor centimeter uitbouwen.

De bonificatie op de cols werd op maximum vier minuten gebracht en de derailleur of versnellingsapparaat was toegelaten. (Achiel Van Den Broeck: De geschiedenis van de Ronde van Frankrijk. 1949)

Na de Tweede Wereldoorlog werd de derailleur geperfectioneerd en kregen de meeste fietsen een dubbel kettingblad, dus ook het dubbele aantal versnellingen. (Gijs Zandbergen & Wout Koster: Een wielrenner die rijdt steekt zijn hand niet op. 1986)