Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

crossfiets

betekenis & definitie

Speciale fiets met o.a. veiligheidsstootrubbers, bedoeld voor het veldrijden. Heeft geen look-pedalen.

Sinds de mountainbikes de trend zetten, is de belangstelling voor de crossfiets tanende. Zeker van de wielrenners die een hekel aan lopen hebben. En dat zijn per definitie toch de meesten, anders waren ze geen wielrenner geworden. (NRC Handelsblad, 15/01/1990)

Met de crossfiets op de schouder is Adrie van der Poel in Loenhout (boven Antwerpen) op weg naar de overwinning in de zogeheten Veldrit der Azen. (Trouw, 30/12/1992)