Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

cowboy

betekenis & definitie

Pejoratieve benaming voor een sprinter die in de finale op een brute manier de anderen voorbijgaat; een renner die niets en niemand ontziet (vooral in de gevaarlijke massasprints), slordig tekeergaat in waaiers; een waaghals; wegpiraat onder de renners. Greg Lemond kreeg als bijnaam ‘De cowboy’.

Van Berkel, die cowboy, die kan absoluut niet sturen en het kan hem niet schelen ook. (Tim Krabbé: 43 Wielerverhalen, 1984)

De meeste profs waren tweederangs coureurs; ‘cowboys’, die kansloos waren om voor nationale amateurselekties in aanmerking te komen en zich enkel konden onderscheiden door het bezit van een proflicentie. (Wieler Revue, 27/05/1988)