Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

bonne chance, bonne route

betekenis & definitie

Frans gezegde waarmee de speakers de renners een goede koers toewensen. Deze uitroep werd in Nederland vooral populair gemaakt door de Utrechtse speaker Ton Rademakers.

Tilburg is dankzij Jan Pijn een wielerstad. Bij ‘De Korenbloem’ en bij °t Abattoir’ rijden liefhebbers af en aan, spurtend van toog naar baan en andersom. Het is de liefde voor de koers die hen er samenbrengt, bij ‘Vitesse’, ‘Willem 1l’, ‘twc’ en ‘Nooit Gedacht’. Aan laatstgenoemde club geeft hij spontaan zijn naam. Intussen brengt ‘La boule de canon’ met Slaats als sluwe compagnon een vracht supporters naar Antwerps Sportpaleis. ‘Bonne chance, bonne route.’ In voor- en tegenspoed. Als eerbewijs aan wie hem trouw bleef, rijdt hij alles uit de kast, kromt hij opnieuw de rug, draait hij de grote plaat. (Albert Megens: Ode aan de pijn. 2006)