Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

blauwe trein

betekenis & definitie

Groep eliterenners in de Europese zesdaagse, die het wedstrijdverloop in grote lijn bepaalt. De sterkste koppels zorgden ervoor dat het publiek wedstrijden van hoog niveau te zien kreeg. Ze sloten ook deals over het koersverloop. Georganiseerd door de koning van de piste, Gerrit Schulte (1916-1992). Genoemd naar de luxe blauwe trein van de Franse spoorwegen die in de eerste helft van de twintigste eeuw de rijke reizigers naar de casino’s aan de Franse Rivièra bracht. Vgl. Frans: train bleu.

Voor jonge renners is het wel een voordeel dat de koppels zo vaak van samenstelling wisselen, want daardoor bestaat de blauwe trein niet meer, waar overigens nog wel hardnekkig over wordt gesproken. (Gijs Zandbergen & Wout Koster: Een wielrenner die rijdt steekt zijn hand niet op. 1986)

De Nederlander Gerrit Schulte en Rik Van Steenbergen kropen in de rol van peetvader. Zij maakten de dienst uit, zij beslisten hoe de dingen op de baan zouden verlopen en zij lichtten de directie erover in wanneer de jachten tijdens de zesdaagse die dag zouden beginnen en hoe lang de ‘blauwe trein’ zou blijven voortrazen. (Joris Jacobs: Van stakkers tot afgoden. De wielersport sinds 1950. 2006)