Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

beginneling

betekenis & definitie

In Vlaanderen: een aankomend renner die aangesloten is bij de BWB.

Al spoedig noemden ze me in de kranten de schrik van de beginnelingen. (Robin Hannelore: Kampioen in een doodlopende straat. 1973)

Mahn was namelijk in 1956 zowel nationaal kampioen op de sprint als op de weg. Die titels behaalde hij meer op karakter dan met puur talent. Dat bleek al vroeg, want toen Fransje Mahn zich als beginneling meldde bij Olympia, hadden de toeschouwers voornamelijk medelijden met hem. Twee zomers lang werd hij met een monotone regelmaat laatste bij clubwedstrijdjes. (Het Parool, 12/08/1993)