Gepubliceerd op 23-03-2021

Snijder

betekenis & definitie

de kleermaker die vroeger een hele dag uit naaien ging bij de boeren. In lichaamskracht was hij niet tegen de boeren opgewassen, maar met woorden kon hij ze vaak wel aan.

Menige schimpscheut ging over en weer. De boeren aten meer, de snijder kreeg zo nu en dan de hele dag wat. Vandaar dat de boeren zeiden:een snijder heeft maar één darm, maar die kan wel drie maal om de kerk.

Ook plaagden zij:

bij gebrek aan volk wordt een snijder kerkvoogd.

Onder de bekendste volksprenten was: de 100 snijders en de bok; honderd kleermakers kunnen niet eens tegen een bok trekken. Op een andere volksprent zitten honderd op een weegschaal en op de andere schaal staat de bok en die wint het. En het onderschrift luidt:

Al deez' snijders klein en groot

Wegen samen nog geen lood.

Groninger scheldversje:

Sniederdewiet,

Mit scheer op zied,

Mit naai op maauw,

Zo gaait snieder noa boer en vraauw.