Gepubliceerd op 23-03-2021

Beul

betekenis & definitie

in de omgang door ieder gemeden, zodat de beulskinderen uit verschillende plaatsen onder elkaar trouwden.

Verdiende behoorlijk aan zijn ambt, maar als ledezetter nog veel meer. In de G.V. van 1901, 66 het tarief van de beul uit het archief van Warfum, plm. 1700:

voor hangen f 50.—

voor decapiteren f 50.—

voor sacken f 50.—

voor branden f 75.—

voor worgen en branden f 75.—

voor gijselen f 25.—

meerdere personen voor ieder f 5.— en hoger.

voor pijnigen f 66.—

voor raebraken f 75.—

voor steendraegen f 25.—

Dit was boven zijn traktement en vrije woning op de Beulstoren.

Verder genoot hij een quart wijn bij elke gelegenheid; dan 15 arnoldusguldens voor een slachtrund, verse vis uit het Gorecht en vrije bovenkleding. Vervolgens had hij nog het pandgeld-, elk kwartaal haalde hij 6 plakken op aan ieder huis. Dit werd in 1611 afgeschaft en vervangen door 250 daalder 's jaars uit de Stadskas. In die tijd was meester Pauwel de beul; hij hield op de beulstoren ook een kroeg.

Als hij uitgeleend werd aan een van de dorpen, moest de redger aldaar voor „1000 olde Fransche schilden" borgstellen, „om hem vrij ende vranck hyr weder tho leveren".

In 1796 werd zijn Stadsinkomen van f 594 teruggebracht tot f 475. Toen in 1774 mr Antonius Snijder overleed, bedroeg zijn nalatenschap f 32270. (G.V. 1909, 73).