Grieks-Romeinse Oudheid

XYZ van de Grieks-Romeinse Oudheid

Gepubliceerd op 19-09-2017

Kolonie in Rome

betekenis & definitie

Kolonie in Rome - De eerste kolonies van Romeinse burgers werden opgericht na 338 v.C., toen Rome Latium had veroverd. De oudste kolonies lagen aan de kust, want ze waren gesticht vóór het begin van de Tweede Punische Oorlog in 218 v.C., met het oog op de veiligheid ter zee. De Romeinse schepen liepen bij nacht of ontij zo vlug mogelijk een beschutte aanlegplaats binnen. Dit waren de coloniae maritimae, o.a. Ostia, Antium, Tarracina. De eerste kolonisten behielden vanzelfsprekend hun Romeinse burgerrecht, omdat die koloniën, gelegen op Romeins grondgebied, te klein waren om een zelfstandige staat of stadstaat te vormen. Wel waren de kolonisten in theorie ontslagen van militaire dienst, doch zij moesten ter beschikking blijven, vooral ’s nachts, wanneer de schepen uit Rome er aanlegden.

In het begin van de 3e eeuw v.C. begon Rome ook kolonies buiten Latium te vestigen, later zelfs buiten Italië, vooral onder de stuwing van de Gracchen. Wanneer Rome een nieuwe landstreek had veroverd, zond het er een groep kolonisten heen, eerst een driehonderdtal gezinshoofden, na de Punische Oorlogen zelfs drieduizend en meer. In de periode vóór de Gracchen gebeurde dit bijna uitsluitend met militaire doeleinden, en wel om de orde te handhaven en het Romeinse gezag er blijvend te vestigen. De Gracchen zagen in het stichten van kolonies meer een sociale verwezenlijking. Zij behartigden vooral de belangen van de minstbedeelden en gaven hun akkergronden en de mogelijkheid tot handeldrijven in de pas veroverde en vruchtbare streken van Italië. Met Sulla kreeg opnieuw het militaire aspect meer aandacht en zo bleef het ook tijdens het Principaat en het Keizerrijk, toen vooral strategisch belangrijke plaatsen werden uitgekozen om er kolonies te vestigen en er veteranen te plaatsen.

Een kolonie van Romeinse burgers, colonia civium Romanorum, kwam tot stand krachtens een wet, lex Coloniae of lex Agraria, of een volksdecreet dat de beslissing van de senaat bekrachtigde. Bij zo’n wet werd bepaald waar de kolonie opgericht moest worden, uit hoeveel gezinshoofden ze zou bestaan en hoeveel akkergrond aan elke familie ter beschikking gesteld moest worden (gewoonlijk van 2 tot 10 iugera: 1 iug. = 1/4 ha). Bovendien werden er drie burgers aangewezen, de triumviri coloniae deducendae, die met de stichting en de eerste organisatie belast waren en later naar Rome terugkeerden, waar zij de patroni van de kolonie bleven.

De plaats van de kolonie werd geïnaugureerd door een augur en de kolonie zelf kreeg een eigen magistratuur, die wat betreft samenstelling een eenvoudige kopie van die van Rome was.

Aan het hoofd stonden de duoviri praetores, bijgestaan door een consilium en de nodige priesters voor de godsdienstige aangelegenheden. Voor het plaatselijk bestuur hadden zij verregaande volmachten.

Vanaf I. Caesar en in de Keizertijd werd het bestuur van een kolonie nog uitgebreid, doch het bleef steeds een kopie van dat in Rome. Duoviri iuri dicundo vervingen de consules en de praetores. Plaatselijke pontifices en augures leidden er de religieuze plechtigheden en offers. De censuslijsten werden opgemaakt door duoviri quinquennales (in sommige kolonies van Italië wel eens door de censores). Oudmagistraten werden lid van een raad van decuriones of gemeenteraadsleden. De eerste stichting van een officiële kolonie buiten Italië had plaats onder de Gracchen, nl. de colonia lununia bij Carthago. Kort daarop volgde Narbo in Gallia Narbonensis. Marius richtte voor zijn veteranen nederzettingen op Corsica en in Africa op. Augustus stichtte kolonies op grote schaal in Spanje, Africa, Mauretanië en Klein-Azië. Keizer Claudius koloniseerde de Balkanlanden.

Deze tendens verminderde in belangrijke mate, toen de volgende keizers hun troepen zoveel mogelijk in de provincies zelf gingen lichten, waar ze gelegerd waren, wat de vestiging van kolonies voor veteranen overbodig maakte.

De kolonisatiepolitiek had op grond van diverse beslissingen en verschillende doeleinden een ius coloniae doen groeien en in perioden, waarin feitelijke stichtingen uitbleven werd de titel colonia soms verleend aan steden, die de keizer om een of andere prestatie wilde eren. Colonia werd een eretitel, vurig gewenst door sommige municipia.