Grieks-Romeinse Oudheid

XYZ van de Grieks-Romeinse Oudheid

Gepubliceerd op 19-09-2017

Keizerrijk

betekenis & definitie

Keizerrijk - Een overzicht van de geschiedenis van het Keizerrijk, met de keizers en hun regeringsjaren:

De Julio-Claudische dynastie (44 v.C.-68 n.C.):

Augustus (27 V.C.-14 n.C.); Tiberius (14-37); Caligula (37-41); Claudius (41-54); Nero (54-68).

De Flavii en de Antonini (69-192):

De crisisjaren (het vierkeizerjaar) 69 n.C.:

Galba (9.6.68-15.1.69); Otto (15.1.69-16.4.69); Vitellius (16.4.69-20.12.69)

De Flavii:

Vespasianus (20.12.69-79); Titus (79-81); Domitianus (81 -96).

De Antonini:

Nerva (96-98); Traianus (98-117); Hadrianus (117-138); Antoninus Pius (138-161); Marcus Aurelius (161-180) met zijn broer Verus (161)

Commodus (180-192); Pertinax (193); overgang van 66 dagen met Didius Julianus in 193.

De Severi en de crisis van de 3e eeuw:

Septimius Severus (193-211); Caracalla (211-217), met zijn broer Geta (211-212); Macrinus (218).

Restauratie van de Severi met:

Elagabalus (218-222); Alexander Severus (222-235).

Militaire anarchie tot 268 met als wettelijke keizers:

Maximinus Thrax (235-238); Gordanus I (238); Gordanus II (238); Pupienus Maximus (238); Gordianus III (238-244); Philippus Arabs (244-249); Decius (249-251); Trebonianus Gallus (251-253) Valerianus (253-260); Gallienus (260-268); Marius (268).

De lllyrische keizers:

Claudius II Gothicus (268-270); Aurelianus (270-275); Tacitus (275); Probus (276-282); Carus (282-283); Carinus (283-285); Numerianus (283-284).

Het Late Keizerrijk (285-476):

Diocletianus (285-305), vormde in 286 een diarchie met Maximianus en in 293 een tetrarchie met twee Caesares, nl. Galerius, zijn schoonzoon, en Constantius Chlorus. In 305 deed Diocletianus afstand van de troon samen met Maximianus, en de twee Caesares werden Augusti; er kwamen toen als nieuwe Caesares: Maximinus Daia en Severus. Deze vier regeerden één jaar. In 306 stierf Constantius Chorlus. Diens zoon Constantinus Magnus (306-337) elimineerde zijn tegenstanders en medekandidaten: Maxendius (306), zoon van Maximianus, Galerus, Severus en Maximianus zelf. Ten slotte ook Licinius, in 308 aangesteld door Galerus. In 312, na de overwinning op Maxen- tius, was Constantinus alleen keizer in het Westen, Licinius nog in het Oosten. Pas in 324 werd deze laatste uitgeschakeld. Volgden Constantinus Magnus op in 337, diens drie zonen: Constantius II (337-361) in het Oosten; Constans (337-340) in het Westen; Constantinus II (337-340) in het Westen; Iulianus Apostata (361-363); Iovianus (363-364); Valentinianus I (364-375); Valens, diens broer (364-378) Gratianus (375-383), zoon van Valentinianus I; Maximus (383-388); Valentinianus II (375-392), zoon van Valentinianus I.

De grote keizer was ondertussen die van het Oosten: Theodosius I (378-395), daarna volgde de scheiding tussen Oosten en Westen.

In het Westen volgden nog de keizers: Honorius (395-423); Theodosius II (408-423 in het Westen, doch nog tot 450 in het Oosten); Iohannes (423-425); Valentinianus III (425-455); Maximus Petronius (455); Avitus (455); Maiorianus (456-461), eigenlijk laatste keizer van het Westen, na hem waren het nog slechts stromannen, o.a. Libius Severus (461-167), Anthemius (467-472), Olybrius (472), Glycerius (472), Iulius Nepos (473-475); Romulus Augustulus (475-476) werd afgezet door Odoacer.

In het Oosten volgden nog als keizer:

Arcadius (395-408); Theodosius II (408-450); Pulcheria, keizerin (450-454); Marcianus (454-457); Leon (457-474); Zenon (474-475 en 476-491); Anastasios I (491 -518); Iustinus I (518-527); Iustinianus (527-565) enz.