Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

Gepubliceerd op 27-07-2017

yips

betekenis & definitie

(mv.) - (de) zenuwen (hebben), bv. vrees voor het putten, waardoor krampachtig, en dus onnauwkeurig wordt geslagen en makkelijke putts worden gemist, syn. (Eng,) jitters, bibbers.

• Als u een golfer ziet die stokstijf over een korte putt gebogen staat en die daarna zijn putter met een ongecontroleerde beweging in gang zet, waarna de bal niet alleen de hole mist, maar er vaak nog een eind vandaan terechtkomt, dan hebt u te maken met iemand die lijdt aan een akelige ziekte, de ‘yips’. (LEADB)

Herkomst: Eng.