Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

Gepubliceerd op 27-07-2017

vierbal

betekenis & definitie

(het; -len) 1 (matchplay) - wedstrijd waarin twee spelers elk met hun eigen bal slaan en hun best scorende bal spelen tegen de best scorende bal van twee andere spelers, syn. vierbalmatchplay, four-ball.

• Bij vierbal spelen bv. A & B tegen C & D en scoren: A=4,B = 5,C = 4 en D = 3. Dan is D’s score dus de winnende score tegen paar A & B, en daarmee winnen C & D de hole. Als D ook een 4 had gemaakt, dan zouden C & D gelijk hebben gespeeld tegen A & B, want alleen de beste score van de twee telt. (COILJ)

2 (strokeplay) - wedstrijd waarin twee competitors spelen als partners, ieder met zijn eigen bal; de laagste score van de partners geldt als de score voorde hole, syn. vierbalstrckepïay, four-ball.

• De laagste score van de partners is de score voor de hole. Er volgt geen straf als een van de partners de hole niet afmaakt. (...) Nota bene: op de banen hoort men vaak spreken van een four-ball better ball. Hier is sprake van een misverstand. Bij elke vierbal gaat het namelijk om de laagste score van de twee partners, dus altijd om de ‘better’ of de ‘best’ ball. Four-ball better ball is dus dubbelop. (BASEN)

3 - vier spelers die tijdens een wedstrijd in één groep en op dezelfde starttijd zijn ingedeeld en samen de ronde spelen, syn. vierbalpartij, four-ball.

flight