Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

Gepubliceerd op 26-07-2017

swing

betekenis & definitie

(de-, -s) - zwaaiend bewegen van de stok voordat de bal wordt geslagen (backswing of upswing en downswing), tijdens het raken van de bal (impact) en nadat de bal is geslagen (follow-through), syn. zwaai: vlakke swing (Eng. ‘flat swing’), swing waarbij de club meer horizontaal en laag dan verticaal en hoog wordt gehouden; steile swing.

Herkomst: (Eng. ‘upright swing ’), swing waarbij de ctub meer verticaal en hoog dan horizontaal en laag wordt gehouden.

• Een echt getalenteerde speler kan tot zeven of acht slagen onder de par spelen. De factoren die hem tot kampioen maken, zijn onder andere de kwaliteit en kracht van zijn swing. Tiger Woods slaat de bal gemiddeld 2 4 meter ver met een topsnelheid van 200 kilometer per uur. (FOURN)

Herkomst: Eng.