Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

Gepubliceerd op 25-07-2017

grip

betekenis & definitie

(de; g.mv.) 1 - manier waarop de stok wordt vastgehouden, syn greep: sterke grip (Eng. ‘strong grip’). (Rechtshandige speler) de stok met de rechterhand meer naar onder (rechts) gedraaid op de greep vasthouden, waardoor het clubblad bij impact gesloten is en de bal lager blijft en van rechts naar links afbuigt (draw); voor een linkshandige speler geldt het omgekeerde; zwakke grip (Eng. weak grip'). (rechtshandige speler) de handen te veel naar links gedraaid op de greep vasthouden, waardoor het clubblad bij impact open staat en de bal van links naar rechts afbuigt (slice); voor een linkshandige speler geldt het omgekeerde.

• Bij een zwakke greep is de linkerhand naar links gedraaid en wijst de V in de hand naar de linkerschouder. Bij de sterke greep is het omgekeerd. De meeste pro's zijn voorstander van een neutrale greep waarbij de V's in beide handen naar de wangen wijzen. (KROEN)

→ honkbal grip, overlapping grip, interlocking grip

2 - bovenste gedeelte van de stoksteel waar de speler de stok beetpakt, meestal met leer, rubber of synthetisch materiaal omwikkeld voor een beter houvast, syn. greep.

Herkomst: Eng.