Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

Gepubliceerd op 25-07-2017

green

betekenis & definitie

(de; -s) 1 - het hele terrein waarop de golfbaan is aangelegd: rub of the green, het van richting veranderen of stoppen van de bal in beweging door een outside agency, bv. een plotselinge windstoot, een naar beneden vallende boomtak, een toeschouwer.

• Een baancommissaris wordt in Engeland nog steeds ‘chairman of green' genoemd. Evenals het woord 'green keeper' is het een overblijfsel van oude terminologie. In Nederland (en waarschijnlijk ook in België) is de ‘green’ eigenlijk alleen dat laatste stukje van de baan waar de hole gestoken is en de vlag staat. (COLLR)

→ rub of the green

2 - speciaal geprepareerd deel van een hole met zeer kort gemaaid gras rondom de met een vlag gemarkeerde hole waar geput wordt en de score tot stand komt, syn. putting green (1): de green lezen, de puttinglijn bestuderen om te zien of er zijwaartse en/of voorwaartse glooiingen zijn; (Eng.) elevated green, green die hoger ligt dan de fairway, of dan de tee bij een par 3-hole; (Eng.) green in regulation, lett. (op de) green zoals voorgeschreven, dus met het aantal slagen dat ervoor staat, bv. bij een par 3 met één slag, bij een par 4 met twee slagen en bij een par 5 met drie slagen; (Eng.)floating green, drijvende minigreen, bv, om boogballetjes met backspin te oefenen vanaf de rand van het zwembad; over de green, te ver geslagen bal; verkeerde green, elke andere green, inclusief een oefengreen, dan die van de hole die wordt gespeeld; tijdelijke green (Eng. temporary green), slechts voor enige tijd in gebruik zijnde green, meestal aangelegd, ingericht op de voorgreen of fairway, bv. tijdens de wintermaanden. (‘wintergreen’) of als er werkzaamheden op, aan de standaard in gebruik zijnde green (‘zomergreen’) worden verricht.

• Een green lezen is als het lezen van de kleine lettertjes in een contract. Als je dit niet heel zorgvuldig doet, kom je geheid in de problemen. (EXLEY)

• De green lezen, proberen in te schatten welke richting en snelheid de bal moet krijgen op weg naar de hole. Daarbij kunnen bijvoorbeeld de terreinhelling, de zachtheid dan wel hardheid van de ondergrond en de lengte en groeirichting van het gras van belang zijn. (NGFGR)

• Met de richting van de grassprieten mee, rolt de bal snel over de green. Ertegenin rolt hij minder snel en stopt voor de hole, Dwars erop wijkt hij af in de richting van de grassprieten. (SOLEL)

• Je kunt de green ook verkeerd lezen, waardoor je de puttinglijnfout inschat en je putt verprutst. (COLLJ)

Herkomst: Eng., lett. ‘het groen’