Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

Gepubliceerd op 14-07-2017

dauw

betekenis & definitie

(de; g.mv.) - waterdamp uit de lucht die 's nachts, m.n. tegen de ochtend, op sterk afgekoelde voorwerpen (vooral planten) condenseert; volgens de golfregels is dauw geen tijdelijk water en geen los natuurlijk voorwerp, en mag de speler dauw niet van zijn puttinglijn vegen.

• Een van de 101 excuses voor een slechte swing: ‘De dauw op de green heeft mijn putt afgeremd.’ (EXNER)

• Het ’s morgens in alle vroegte ontdauwen van de green doet iemand van de greenkeepingstaf. Vroeger gebeurde dat met zo’n grote, ouderwetse bezem van een dikke bos twijgen en twijgjes van ieder zo’n halve meter lang en wat later met een sleepnet; tegenwoordig haakt men dat ‘visnet’ met grote mazen achter een klein trekkertje en 'rijdt’ men de green eenvoudig dauwvrij. (GELDE)

• Als er in het voor- en najaar dauw op de greens ligt, worden de greens op dagen dat er niet gemaaid wordt, gezwiept. De dauw wordt handmatig verwijderd met trekkers of door bijvoorbeeld achter een basismachine een touw rond en over de green te trekken. (www.nvg-golf.nl)