Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Gepubliceerd op 03-08-2020

Montfoort

betekenis & definitie

Ned. gemeente in de prov. Utrecht.

Ontstond bij de ca. 1170 door de Utrechtse bisschop Godfried van Rhenen gebouwde burcht Mans fortis (sterke berg of burg bij de foort of voorde, oversteekplaats over de IJssel). De kastelein ervan werd burchtgraaf, welke waardigheid 1296 erfelijk werd. De bewoners van Montfoort hadden dikwijls te lijden onder de oorlogen, die tussen burggraven en bisschoppen werden gevoerd over de kwestie of de burggraaf een dienaar van de bisschop was of dat Montfoort een vrije heerlijkheid was; kreeg 1329 stadsrechten van haar burggraaf Zweder I. Tijdens Karel v was Stad en Land van Montfoort één van de vier kwartieren waarin het platteland van Utrecht verdeeld was.De 16e eeuw was een bloeitijdperk (o.a. lijnbanen). In 1544 stichtte de Johannieter Orde hier een Commanderij. Tijdens de Republiek behoorde Montfoort tot de vier kleine steden, die in de Staten van Utrecht vertegenwoordigd waren. In 1648 verkocht het geslacht De Merode, in wiens bezit de heerlijkheid Montfoort was gekomen, deze aan de Staten van Utrecht, waarmede de heerlijkheid ophield te bestaan. In 1672 werd het kasteel door de Fransen verwoest. Het stadje kwam daarna in verval en hield nog slechts betekenis als martk- en industrieplaats voor de omgeving.

Litt. M.P.van der Linden. De Burggraven van Montfoort in de gesch. van het Sticht. Utrecht en het graafschap Holland, ca.1260-1490 (1957); A.Johanna Maris. Bijdrage tot de gesch. van Montfoort (in; Jb. OudUtrecht, 1953); C.L.Tcmminck Groll c.a..

Bijdragen tot de gesch. van de Johannitcr Orde en haar Commanderij Montfoort (1976); E.Gerards. De Commanderij der Johanniters te Montfoort (in: Mbl. Oud-Utrecht, 1977).