Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Gepubliceerd op 03-08-2020

Graaf

betekenis & definitie

[<Oudgermaans grafio: Lat. comes. vanwaar Fr. comte. Eng. count]. in de vroege Middeleeuwen de ambtenaar die de koning vertegenwoordigde in een → gouw. namens deze bestuur en rechtspraak uitoefende en de leiding had op militair gebied.

Doordat de graven allengs hun ambt in leen ontvingen en de lenen vervolgens erfelijk werden, werd ook de functie van graaf erfelijk, en werden zij tot landsheren: later werd graaf een adellijke titel. → Centenarius. Graaf was ook de ambtenaar die met het toezicht over iets is belast: → dijkgraaf: → pluimgraaf.Litt. J.P.de Monté ver Loren en J.E.Spruit, Hoofdl. uit de ontw. der rechterl. org. in de Noordel. Ned. tot de Bataafse omwenteling (5e dr. 1972).