Geographisch- historisch woordenboek

Servaas de Bruin, D. Noothoven van Goor (1869)

Gepubliceerd op 29-11-2021

Unie

betekenis & definitie

in den 30-j. oorlog de vereeniging der duitsche protestantsche stenden, ter verdediging van hun geloof.

U., op kerkelijk gebied de vereeniging van verschillende kerkeliike parttjén; inzonderheid de se lert 31 Oct. 1817 door Pruisen*« koning Frederik Wilhelm III, door «Ie gemeenschappelijke Avondmaalsviering ingevoerde vereeniging van de Luthersch* n en Gereformeerden (zie het art. EVANGELISCHE KERK). De in ‘t jaar 1821 in Pruisen ter bevordering van die vereeniging aanbevolene Evangelische Kerke-Agenda verwekte echter sedert 1854 zeer veel tegenstanden riep de partij der zoogenaamde Oud-Lutherschen in het aanzijn, die sedert het jaar 1841 afzonderlijke kerkelijke gemeenten vormen.

< >