Geographisch

Geographisch-woordenboek

Gepubliceerd op 29-11-2021

Pausen

betekenis & definitie

Nadat de P. (zie het art. PAUS) in 1198 begonnen waren ook als onafhankelijke wereldlijke vorsten op te treden, begonnen zij zich reeds spoedig te beschouwen en te gedragen als heer en meester ook over alle andere landen, doordien ze de koningen en vorsten dier landen beschouwden en behandelden als hunne onderdanen, en zelfs zoo ver gingen, dat ze naar hun welbehagen koningen maakten of van den troon vervallen verklaarden, over geilede landen het interdict uitspraken, ja koningen naar Rome ontboden, en die de vernederende straf oplegden, met hunne koningskroon op het hoofd, in het openbaar de dienst van een stalknecht te verrichten.

Door zulke verregaande aanmatigingen werden de P. zelven oorzaak, dat menig gekroond hoofd tegen hen in verzet kwam; vooral met het Duitsche keizerrijk en met Frankrijk hadden de P. hoogloopende twisten, die geheel Duitscbland en Italië in vuur en vlam zetleden. Daarbij kwam, dat er herhaaldelijk twee of meer pausen te gelijk verkoren werden, die elkander wederkeerig hunne banbliksems naar het hoofd slingerden, hetgeen onvermijdelijk nadeelig moest lerugwerken op den invloed van het pauselijk gezag. Reeds in de 9e eeuw was aan dat gezag een gevoeligen knak gegeven door het concilie van Constantinopel, waarbij de bisschop van Rome (de Paus) in den ban werd gedaan (zie PHOTIUS), hetgeen het begin was van de latere scheuring in de Kerk, waaruit, naast de Roomsche (Westersche) Kerk, de niet minder machtige Grieksche (Ooslersche) Kerk te voorschijn trad. Ook het dubbele pausschap in de 14e eeuw bracht den luister van het pausdom bij velen in miscrediet. ToenClemens Vin1309 den pauselijken zetel overgebracht had naar Avignon, en die zetel daar gevestigd bleef tot 1377 (de zoogenaamde Babylonische ballingschap der P.) waren de P. al dien tijd niets anders dan de werktuigen der koningen van Frankrijk. Gregorius XI keerde 1377 naar Rome terug; en bij den dood van dien paus ontstond de groote scheuring in de Westersche Kerk, die 71 jaren duurde (1378—1449), en gedurende al dien tijd zag de wereld het zonderlinge schouwspel, dat er twee stoelen van den Heiligen Petrus bestonden, nl. te Rome een en te Avignon een, en dat de beide seriën van P., die zich dus te gelijk stedehouder van Jezns Christus op aarde noemden, niet in gebreke bleven elkander wederkeerig in den ban te doen. De gevolgen van zoodanig schouwspel konden wel niet uitblijven : verdorvenheid van zeden onder de geestelijkheid, werd het eerste uitvloeisel van de geknakte kerkelijke tucht; voeg daarbij het opstaan van Kerkhervormers (Wiclef, Jan Huss, Hieronimus van Praag; en in de lGe eeuw Luther, Zwinglius en Calvinus), en de vredebreuk tusschen het Pausdom en Hendrik VIII, koning van Engeland, waaruit het ontstaan van de Anglicaansche Kerk geboren werd: en gij hebt de redenen hoe het kwam, dat reeds sedert de 18e eeuw de grootste helft van Europa zich aan het gezag der P. had onttrokken, in weerwil van bet concilie van Trente en van den rusteloozen ijver der Jezuïeten, die al het mogelijke en onmogelijke beproefd hebben, om den geest van vooruitgang op de baan der verstandsontwikkeling tegen te houden of althans te belemmeren. En moge al hier of daar eene kortstondige zegepraal het overwicht van den invloed der roomsch-katholieke geestelijkheid, en bij gevolg der P., eenigermate herstellen, zooveel is onbetwistbaar, dat de P. over den loop der wereldsche zaken tegenwoordig geen het minste gezag meer uitoefenen kunnen, en dat in alle landen, waar een geregeld gouvernement bestaat, de uitoefening van het geestelijk gezag der P. aan de wetten van die landen onderschikt is. Wat betreft de macht der P. als wereldlijke souvereinen, die is door de stichtiug van het koninkrijk Italië (1860) belangrijk ingekrompen ; en alle onbevooroordeelde verlichte mannen van onzen tijd zijn het daaromtrent eens, dat het tijdstip niet ver meer verwijderd is, waarop de P. zullen hebben opgehouden den rang van wereldlijke vorsten te bekleeden, om zich geheel en uitsluitend aan hunne geestelijke roeping toe te wijden.De naamlijst der P., in Chronologische volgorde, zooals die door de Roomsch-katholieken wordt opgegeven, is als volgt (eene H. echter den naam beteekent dat de Kerk dien paus als heilige vereert):

Petrus, H. 34

Linus, H. 66

Anacletus, H. 78

Clemens I, H. 91

Evaristus, H. 100

Alexander, H. 109

Sixtus I, H. 119

Telesphorus, H. 127

Hyginus, H. 139

Pius I, H. 142

Anicetus, H. 137

Soter, H. 168

Eleutherus, H. 177

Victor I, H. 193

Zephirinus, H. 202

Calixlus I, H. 219

Urbanus I, H. 223

Pontianus, H. 230

Antherus, H. 235

Fabianus, H. 236

Cornelius, H. 251

Novatianus(tegenpaus) •

Lucius, H. 252

Stephanus I, H. 253

Sixtus II, H. 257

Dionysius, H. 259

Felix I, H. 269

Eutycbianus, H. 275

Cajus, H. 283

Marcellinus, H. 296

Marcellus, H. 308

Eusebius, H. 310

Melchiades of Miltiades, H. 311

Sylvester I, H. 314

Marcus, H. 336

Julius I, II. 337

Liberius, H. 352

Felix II, 355

Liberins, H. (opnieuw) 358

Damasus, H. 366

Ursinus (tegenpaus) *

Siricius, H. 384

Anastasius, H. 398

Innocentius I, II. 402

Zozimus, H. 417

Bonifacius I, II. 418

Celestinus I, H. 422

Sixtus III, H. 432

Leo de Groote, H. 440

Hilarius, H. 461

Simplicius, H. 468

Felix 111, II. 483

Gelasius, H. 492

Anastasius II, 11. 496

Symmachus 498

Laurentius (tegenpaus) »

Hormisdas 514

Johannes I 523

Felix IV 526

Bonifacius II 530

Johannes II, bijgenaamd Mercurius 533

Agapetus I 535

Silverus 536

Vigilius 537

Pelagius 555

Johannes III 560

Benedictus I, of Bonosus 574

Pelagius II 578

Gregorius de Groote, H. 590

Sabinianus 604

Bonifacius III 607

Bonifacius IV 608

Deusdedit, of Dieudonné, H. 614 of 615

Bonifacius V 617 of 618

Honorius I 625—638

Severinus 640

Johannes IV 640

Theodorus 642

Martinus I, H. 649

Eugenius I, 11. 654

Vitalianus 657

Adeodatus 672

Donus of Domnus I 676

Agathon 678 of 679

Leo II, H. 682

Benedictus II 684

Johannes V 685

Petrus en Theodorus (tegenpausen) •

Conon 686

Sergius I 687

Theodorus en Pascal (tegenpausen) *

Johannes VI 701

Johannes VII 705

Sisinnius 708

Constantinus 708

Gregorius II 715

Gregorius III 731

Zacharias 741

Stephanus (verkoren maar niet gezalfd) 752

Stephanus II 757

Theophylactus, Constantinus, Philippus (tegenpausen) *

Stephanus III 768

Constantinus (tegenpaus) *

Adriaan I 772

Leo III 795

Stephanus IV 816

Pascal I 817

Eugenius II 824

Zizimus (tegenpaus) *

Valentinus 827

Gregorius IV 827

Sergius II 844

Leo IV 847

Benedictus III 855

Anastasius (tegenpaus) *

Nicolaas I 858

Adriaan II 867

Johannes VIII 872

Marinus, of Marlinus II 882

Adriaan III 884

Stephanus V 885

Formosus 891

Sergius (tegenpaus) *

Bonifacius VI 896

Stephanus VI 896

Romanus 897

Theodorus 11 898

Johannes IX 898

Benedictus IV 900

Leo V 903

Christophorus 903

Sergius III 904

Anastasius III 911

Laudon 913

Johannes X 914

Leo VI 928

Stephanus VII 929

Johannes XI 931

Leo VII 936

Stephanus VIII 939

Martinas III 942

Agapetus II 946

Johannes XII 956

Leo VIII 963

Benedictus V 964

Johannes XIII 965

Benedictus VI 972

BonifaciusVII (Francon), tegenpaus *

Donus of Domnus II 974

Benedictus VII 975

Johannes XIV 983

Bonifacius VII (opnieuw) 985

Johannes XV (niet gezalfd) 985

Johannes XVI 986

Gregorius XV 996

Johannes XVI bis (tegenpaus) 997

Sylvester II 999

Johannes XVII 1003

Johannes XVIII 1003

Benedictus VIII 1009

Leo (tegenpaus) .

Johannes XIX 1024

Benedictus IX 1033-48

Sylvester en Johannes XX (tegenpausen) *

Gregorius VI 1044

Clemens II 1046

Damasus II 1048

Leo IX, H. 1049

Victor II 1055

Stephanus IX 1057

Benedictus X (tegenpaus) *

Nicolaas II 1058

Alexander II 1061

Honorius II (tegenpaus) *

Cregorius VII 1073

Clemens III (tegenpaus) 1080

Victor III 1086

Urbanus II 1088

Pascal II 1099

Albertus en Theodoricus (tegenpausen) *

Gelas!us II 1118

Maurits Bourdin (tegenpaus) *

Calixtus II 1119

Honorius II 1124

Calixtus III (tegenpaus) *

Innocentius II 1130

Anacletusen Victor (tegenpausen) *

Celestinus II 1143

Lucius II 1144

Eugenius III 1145

Anastasius IV 1153

Adriaan IV 1154

Alexander III 1159

Victor IV, Pascal III, Calixtus,Innocentius (tegenpausen)

Lucius III 1181

Urbanus III 1185

Gregorius VIII 1187

Clemens III 1187

Celestinus III 1191

Innocentius 111 1198

Honorius III 1216

Gregorius IX 1227

Celestinus IV 1241

Innocentius IV 1243

Alexander IV 1254

UrbanusIV 1261

Clemens IV 1265

Gregorius X 1271

Innocentius V 1276

Adriaan V 1276

Johannes XXI 1276

Nicolaas III 1277

Martinus IV 1281

Honorius tV 1285

Nicolaas IV 1288

Celestinus V 1294

Bonifacius VIII 1294

Benedictus XI, H. 1303

Te Avignon:

Clemens V 1305

Johannes XXII 1316

Pierre de Corbière (tegenpaus) .

Benedictus XII 1334

Clemens VI 1342

Innocentius VI 1352

Urbanus V 1362

Gregorius XI (te Rome) 1370

Urbanus VI 1378

Clemens (VII), te Avignon 1378-94

Bonifacius IX 1389

Benedictas (XIII) te Avignon 1394-1424

Innocentius VII 1404

Gregorius XII 1406

Alexander V 1409

Johannes XXIII 1410

Martinus V 1417

Clemens (tegenpaus) 1424-29

Eugenius IV 1431-1447

Felix V 1439-1449

Nicolaas V 1449

Calixtus III 1455

Pius II 1458

Paulus II 1464

Sixtus IV 1471

Innocentius VIII 1484

Alexander VI 1492

Pius III 1503

Julius II 1503

Leo X 1513

Adriaan VI 1522

Clemens VII 1523

Paulus III 1534

Julius III 1550

Marcellus II 1555

Paulus IV 1555

Pius IV 1559

Pius V 1565

Gregorius XIII 1572

Sixtus V 1585

Urbanus VII 1590

Gregorius XIV 1590

Innocentius IX 1591

Clemens VIII 1592

Leo XI 1605

Paulus V 1605

Gregorius XV 1621

Urbanus VIII 1623

Innocentius X 1644

Alexander VII 1655

Clemens IX 1667

Clemens X 1670

Innocentius XI 1676

Alexander VIII 1689

Innoceutius XII 1691

Clemens XI 1700

Innocentius XIII 1721

Benedictus XIII 1724

Clemens XII 1730

Benedictus XIV 1740

Clemens XIII 1758

Clemens XIV 1769

Pius VI 1775

Pius VII 1800

Leo XII 1823

Pius VIII 1829

Gregorius XVI 1831

Pius IX 1846