Geographisch

Geographisch-woordenboek

Gepubliceerd op 29-11-2021

Parijs

betekenis & definitie

fransch Paris, lat. Parisii of LuteliaParisiorum, hoofdstad van Frankrijk, aan de Seine, door welke rivier het in twee deelen gescheiden wordt, van welke dat benoorden de Seine op drie eilandjes gebouwd is (de Cité, zijnde het oudste en ongezondste gedeelte der stad, het eiland St.-Louis en het eiland Louviers).

De stad P. is de gewone residentie van den regeerenden vorst (thans keizer Napoleon III), en telt met inbegrip van hare 14 voorsteden, die doorbreede boulevards van de eigenlijke stad gescheiden zijn, bijna 2 millioen inwoners. Sedert 1850 is P. door Napoleon III geheel en al van gedaante veranderd. Ten eindeP. (zoomogelijk) te herscheppen in de prachtigste en gezondste stad van de geheele aarde, en het tevens zóó in te richten, dat, indien er ooit eene omwenteling tegen zijne dynastie beproefd mocht worden, iedere opstand gemakkelijk te onderdrukken zal zijn, heeft Napoleon III er zijn werk van gemaakt geheel P. te laten verbouwen, zoodat de stad thans in alle richtingen doorsneden wordt door rechtlijnige, lange, breede stralen, die er niet slechts het verkeer voor de bevolking en de talrijke menigte vreemdelingen gemakkelijk maken, maar die tevens onbelemmerde ruimten aanbieden voor krijgskundige bewegingen, die ondersteund kunnen worden uit verscheidene op goedgekozene punten gebouwde kazernen. In alle opzichten is P. het middelpunt, het hart van Frankrijk. In geen andere stad ter wereld zijn zoo vele hulpmiddelen voor wetenschap, kunst en beschaving vereenigd als in P., zoo o. a. de Universiteit en eene menigte scholen voor hooger onderwijs, wijders het Instituut van Frankrijk, vele andere wetenschappelijke genootschappen en vereenigingen, enz. De groote bibliotheek in de Rue Richelieu bevat omstr. anderhalf millioen gedrukte werken,ruim tachtig duizend manuscripten, een muntkabinet, en eene rijke verzameling kopergravuren, landkaarten en plans. De beroemde kruidtuin (Jardin des Plantes) op den linkeroever der Seine bevat kostelijke verzamelingen uit het gebied der natuurlijke historie en eene diergaarde of zoölogischen tuin. De voornaamste kunstschatten der stad zijn vereenigd in de verschillende musea van het Louvre-paleis. Ook in het paleis Luxembourg en in het hotel Cluny bevinden zich belangrijke kunstverzamelingen. Voor de kunst en de opleiding in hare verschillende vakken werken de Academie voorschoone kunsten, de kunstschool, en het Conservatoire der muziek. Onder de tatrijke schouwburgen in P. merken wij op: de Groote Opera, de Italiaansche Opera, het Théâtre Français, het Odéon, de Porte-Sainl-Martin, hetGymnase.de Vaudeville, de Variétés, het Palais-Royal, het Cirque, het Panorama, het Diorama, het Georama, enz. Van de openbare pleinen verdienen inzonderheid meldiug het (vooral bij avond door zijne schitterende verlichting waarlijk tooverachtige) Concordia-plein of Place de la Concorde met de obelisk van Loeksor ; het Carrousel-plein ; het plein Vendôme, met eene metalen eerezuil, gegoten van de kanonnen, door Napoleon I op zijne vijanden veroverd, en welke zuil met zijn standbeeld prijkt; het Châtelet-plein met een standbeeld der Victorie; de place Royale, met een ruiterstandbeeld van Lodewijk XIII; de place des Victoires met een ruiterstandbeeld van Lodewijk XIV; het plein der Bastille, met de zuil (Colonne de Juillet) opgericht ter gedachtenis van de omwenteling van 1830: het plein der barrière du Trône ; het vermaarde Champ de Mars (zie MARSVELD) . Van openbare tuinen en wandelplaatsen noemen wij den Jardin der Tuileriën, dien van het paleis Luxembourg en dien van het Palais-Royal, de ChampsElysées, het beroemde Bois de Boulogne, het Bois de Vincennes. enz. Onder de vele kerken bekleedt de Kotre-Dame de eerste plaats, als meesterstuk van gothiscbe houwkunst ; dan de kerk St.-Germaindes-Prés, de oudste van allen, die reeds in 1163 voltooid was; wijders de kerken St.-Etienne-duMont, St.-Germain-l’Auxerrois, St.-Eustache, St.Louis, St.-Paul, St.-Sulpice,Nolre-Dame-de-Lorette, Madeleine, St.-Vincent-de-Paul, St.-Clotilde. Ook de trotsche bruggen over de Seine, waardoor de beide deelen der stad met elkander in gemeenschap staan, verdieneu opzettelijk melding, en wel de volgende: Austerlitz-brug, Jena-brug, Carrousel-brug, brug Lodewijk XV, de pont des Arts, brug der Invalieden, de Pont-Royal, de Pont-Neuf, enz. Daar het echter niet in ons bestek ligt al de schoonheden en merkwaardigheden van P. op te sommen, maken wij enkel nog gewag van de vijf groote kerkhoven buiten P., waarvan het voornaamste is, dat aan de oostzijde der stad, het wereldberoemde kerkhof Père-Lachaise.Geschiedenis

Ten tijde van Cesar was Lutetia slechts een vlek, dat zich bepaalde tot de Cité : dat was de hoofdslad der Parisiërs (Parisii); dit vlek breidde zich een weinig uit op den linkeroever der Seine in den lijd der keizers, en werd tot stad verheven. Terwijl Julianus hel bevel voerde in Gallië (355—361) hield hij bij voorkeur te P. zijne residentie, in het paleis van Thermes (waarvan nog overblijfselen te zien zijn in de straat genaamd »rue de la Harpe"). Ook Valentinianus en Gratianus hielden insgelijks hun verblijf te P., en op slechts korten afstand van P. verloor laatstgenoemde den veldslag tegen Maximus, die hem den troon kostte (383). Toen Attila zijne verwoestingen aanrichtte in Gallië, scheen hij zelfs P. te bedreigen (451); maar de heilige Genoveva mocht er door hare beden in slagen, den barbaarschen veroveraar van zijn beraamden aanslag tegen P. te doen afzien (uit erkentelijkheid voor deze goede dienst werd Genoveva verheven tot beschermheilige van P.). Na den slag van Soissons rukte Clovis zonder slag of stoot P. binnen (486), en 20 jaren later omringde hij P. met muren, en verhief het tot zijne hoofdstad. Na zijnen dood (511 )gafP. zijnen naam aan een der vier frankische rijken, die de nalatenschap van Clovis uitmaakten : dat rijk viel ten deel aan Childebert I.den oudsten zijner zonen. Toen de vier rijken, die in 558 vereenigd waren geworden door Clotarius I, zich bij zijnen dood (561) weder van elkander gescheiden hadden, scheen P. reeds belangrijk genoeg om bij de deeling te bepalen, dat het zoutoebehooren aan de vier broeders gezamenlijk. Doch van 567 af, zoodra Caribert I, koning van P., had opgehouden te leven, maakte Chilperik zich bij verrassing van de stad meester. Onder de laatste Merovingers was P. de hoofdstad van Neustriê; onder Karel den Groote was het nog slechts de hoofdplaats van een graafschap; onder Karel den Kale werd het graafschap P. een integreerend en hoofd-bestanddeel van het hertogdom Frankrijk; de voorzaten van Hugo Capet waren, van Eudes (Odo) af, te gelijk hertogen van Frankrijk en graven van P. In de 9e eeuw werd P. herhaalde malen bedreigd of verwoest door de Noormannen (845, 855, 861); het werd in 885 gedurende 13 maanden belegerd, doch dapper verdedigd door bisschop Gostin en graaf Eudes. Omstreeks dienzelfden tijd werd de bevolking herhaalde malen vreeselijk geteisterd door hongersnood (vooral in de jaren 850, 855, 868, 873, 896, 899, 940). Onder Filips I werd de prévôté ingesteld ; onder Lodewijk VI begonnen de scholen van P. vermaard te worden; onder bodewijk VII nam de stad aanzienlijk toe in uitbreiding. Filips Augnst liet een begin maken met de bestrating; hij liet de Hal bouwen en het oude Louvre; hij liet ook de stad ontsluiten met muren. In 1200 werd de Universiteit te P. gesticht, zijnde de eerste, die in geheel Europa tot stand kwam; zij telde lot 20,000 leerlingen. Onder Filips den Schoone werd het parlement te P. gevestigd (1302) en in hetzelfde jaar vergaderden daar de statengeneraal. Na de staten-vergadering van 1355, eu tijdens de gevangenschap van koning Jan (1358) dacht Marcel, prévôt der kooplieden, P. over te leveren aan Karel den Slechte, doch werd vermoord door Maillard; in 1381 brak het oproer der Mailiotijnen uit, dat op bevel van Karel VI zoo wreedelijk gestraft werd (1383). Toen de burgeroorlog der Armagnacs en Bourguignons ecnen aanvang nam, werd P. door die twee partijschappen verscheurd (1411—18), totdat het in handen van den koning van Engeland viel (1420), die bij het verdrag van Troyes verklaard werd tot vermoedclijken opvolger op den troon van Frankrijk. Eerst in 1436 werd P. aan de Engelschen ontweldigd, en toen genoot het gedurende honderd jaren rust. De martelingen, die tegen de Calvinisten werden bevolen (1534) door Frans I, vervolgens 1572 de gruwelijke Barlholomeüsnacht, en kort daarna de onlusten der Ligue openden voor P. weder een tijdperk van tegenheden en rampen. Te P. had de zoogenaamde Barricadendag plaats, waardoor aan Hendrik III de kroon ontnomen moest worden (1588). Tweemaal werd P. belegerd door Hendrik IV (1589 en 1593); eindelijk geen raad meer wetende, opende de stad hare poorten voor den koning, nadat deze zich tot het Roomsch Catholicismus bekeerd had. Gedurende de minderjarigheid van Lodewijk XIV nam P. een levendig aandeel in de. woelingen der Fronde, en zag zelfs slag leveren in hare voorsteden. Lodewijk XIV verplaatste den zetel van het hof en van het gouvernement naar Versailles, en eerst in 1789 (6 Octob.) werd het hof met de hoogste lichamen van staat weder uit Versailles terugverplaatst naar P. In de groole omwenteling was P. alweder het tooneel van onlusten: de verovering van de Bastille (14 Juli 1789), de dagen van 5 en 6 Octob., de federatie op het Marsveld (14 Juli 1790), de rampzalige dagen van 20 Juni, 10 Aug., 21 Jan., 51 Mei, 13 Vendémiaire jaar IV (4 Octob. 1795), 18 Fructidor jaar V (4 Sept. 1797), enz. hadden allen P. tot hoofdtooneel. Onder bet keizerrijk heerschte te P. de volmaaktste rust tot 1812, toen er de samenzwering van Mallet gesmeed werd. In 1814 werd P. bezet door de legers der verbondene mogendheden, na de nederlaag der fransche troepen in den veldslag, genoemd slag van Parijs (30 Maart). Keizer Napoleon keerde reeds spoedig binnen P. terug (20 Maart 1815); doch honderd dagen later, bracht de nederlaag der fransche vanen op het slagveld van Waterloo den vijand en Lodewijk XVIII andermaal binnen P. (3 Juli 1815). Eindelijk was P. het tooneel van den opstand in Juli 1830 en in Febr. 1848, en werd er het nieuwe keizerrijk geproclameerd 1852. Door de cholera werd P. geteisterd 1832, 1839, 1854. Het is de geboorteplaats van eene overgroote menigte beroemde of vermaarde personen, waarvan wij er bier slechts ettelijke zullen noemen, nl.: Molière, Regnard, Boileau, J. B. Rousseau, Voltaire, La Harpe, Catinat, Eugène de Savoie, Arnauld, d’Alembert, Lavoisier, Marivaux, Beaumarchais, Mansard, David, Lekain, enz.

Te P. zijn verscheidene conciliën gehouden (825, 1104, 1310, 1395, 1398, 1408, enz.).

Eene menigte tractaten werden te P. geteekend, o. a.: in 1229 (einde van den oorlog der Albigenzen, afstand van het grootste gedeelte van 't graafschap Toulouse aan de kroon van Frankrijk); in 1635 (of- en defensief verbond van Frankrijk met de Algemeene Staten van Holland tegen Spanje); in 1763, tusschen Frankrijk, Spanje en Engeland om een einde te maken aan den Zevenjarigen oorlog (Frankrijk staat aan Engeland af Canada, Acadia, Cap-Breton; Engeland geeft aan-frankrijk terug Guadeloupe, Martinique, Marie-Galante, enz.; Spanje erlangt teruggave van Cuba, en doet afstand van Florida aan de Engelschen). Te P. werden ook nog geteekend het Concordaat met den paus in 1801, de voor Frankrijk bedroevende tractaten van 1814 en 1815 telkens na den val van Napoleon, eindelijk het tractaat van 30 Maart 1856 tusschen Frankrijk, Engeland, Sardinië en Turkije eenerzijds, en Rusland ter andere zijde, bij welk tractaat de Russischooslersche oorlog beëindigd werd, en waardoor Napoleon III het fransche keizerrijk weder aan het hoofd van Europa plaatste, van welk standpunt het echter reeds spoedig weder eenigermate isafgedaald. In 1855 was te P., in de Champs-Elysées, eene wereld-tentoonstelling gehouden, in navolging van die in Engeland; doch in 1867 had te P. andermaal (toen op het Marsveld) zulk eene tentoonstelling plaats, onlegenzeggelijk de grootste, schitterendste en belangrijkste, die de wereld ooit gezien heeft, en zooais de wereld er misschien nimmer weder eene 2ien zal: bij die gelegenheid kwamen de meeste gekroonde hoofden uit Europa, en zelfs uit andere werelddeclen, een bezoek brengen aan P.