Geographisch- historisch woordenboek

Servaas de Bruin, D. Noothoven van Goor (1869)

Gepubliceerd op 29-11-2021

New-York

betekenis & definitie

d. i. Nieuw-York, een der staten van de noord-amerikaansche Unie, groot 2164 vierk. mijlen, en bevolkt met 4 millioen zielen, grenst ten N. aan het meer Ontario, de rivier St.-Laurentius en Neder-Canada, ten O. aan de staten Vermont, Massachuselts en Connecticut, ten Z. aan den Oceaan en aan de staten New-Jersey en Pennsylvanië, en ten W. aan den staat Pennsylvanië, aan het meer Erie en aan den Niagara.

De hoofdstad is Albany; doch de grootste stad is N.-Y., tevens de grootste stad der Vereenigde Staten, en na Londen de voornaamste koopstad der geheele aarde, ligt aan de Baai van New-York, op de zuidpunt van het eiland Manhattan, dat gevormd wordt door de rivieren Harlem-River en East-River, en heeft omslr. 1 millioen inw. (in 1850 slechts 516,000, en in 1731 slechts 4622 zielen, waaruit gemakkelijk is af te leiden, welk eene vlucht de bedrijvigheid en welvaart van N.-Y. in de laatste 130 jaren heeft genomen).

De staat N.-Y., die 26 Juli 1788 de staatsregeling der n.-amerik. Unie aannam, is ontstaan uit de eerste nederzetting der Hollanders in Amerika (1613), die aan deze hunne kolonie den naam gaven van Nieuw-Nederland. In 1621 werd door de Hollanders een begin gemaakt met de stichting der stad N.-Y., die door hem genoemd werd Nieuw-Amsterdam; in 1764 werd die stad door de Engelschcn veroverd, die den naam veranderden in N.-Y. (ter eere van Jacobus II, destijds hertog van York); wel was de stad van 1673 tot 1674 andermaal in handen der Hollanders, doch van laatstgenoemd jaar tot Nov. 1783 bleven de Engelschen er meester van. De stad N.-Y. is de geboorteplaats o. a. van Washington Irving.

< >