Geographisch- historisch woordenboek

Servaas de Bruin, D. Noothoven van Goor (1869)

Gepubliceerd op 29-11-2021

Latium

betekenis & definitie

oudtijds een landschap in MiddelItalië, oorspronkelijk slechts dat gedeelte der vlakte, dat door den Tiber, de Apennijnen, de Albanerbergen en de zee begrensd wordt, omstr. 34 vierk. mijlen groot, zijnde dit noordelijke deel het zoogenaamde Oud-Lalium (waaronder ook de Hernieken en Rome gerangschikt worden, ofschoon die niet daartoe behoorden). De voornaamste steden van Oud-L. waren Alba, Preneste, Pedum, Tibur, Algidum, Fregellae, enz., die te zamen eenen bond vormden.

Later, nadat het land onderworpen was door de Romeinen, werd de naam L. ook uitgestrekt tot het land der Equen, Volsken, Rutulen en Ausonen of Aurunken; dit zuidelijke gedeelte van L. werd genoemd Nieuw-Latium, en had tot voornaamste steden; Anagnia, Suessa-Pometia, Ecetra, Velitrae, Antium, Anxur, Ardea, Suessa-Auruuca. Reeds onder Romulus werd door de Romeinen een begin gemaakt om L. te onderwerpen; in 664 v. Chr. onderwierpen ze Alba. Onder Tarquinius den Trotsche erkende de Lalijnsche bond (Gabii alleen uitgezonderd) het oppergezag van Rome. In 498 in opstand gekomen, werd de bond 496 geslagen. In 367 v. Chr. onderwierpen zich de Equen en Volsken, kwamen weder in opstand 345 en 338, doch werden geheel onder 't juk gebracht 514 v. Chr., waarop geheel L. als bezaaid werd met romeinsche koloniën en municipiên.