Geographisch- historisch woordenboek

Servaas de Bruin, D. Noothoven van Goor (1869)

Gepubliceerd op 21-10-2021

Angers

betekenis & definitie

lat. Andecavmn, hoofdstad van het oude hertogdom Anjou en van het tegenwoordige fransche dept.

Maine-Loirc, aan de bevaarbare Mayenne; 50,000 inw. .Nijverheid en kunstvlijt zijn hier in vele takken vertegenwoordigd. De vrij levendige handelsbeweging loopt hoofdzakelijk over katoenen stoffen, wijn, graan,brandewijn, azijn, mosterd; A. heeft eene groote paarden-stocterij en in de nabijheid aanzienlijke leigroeven; de meeste huizen hebben dan ook leijen daken, waarom A.ook wel »de zwarte stad” genoemd wordt. De stad is zeer oud, naar men wil hel Juliomagus der Romeinen; in dien overouden tijd bezat het een amphiiheater, waarvan nog overblijfselen zigtbaar waren in het begin der 19e eeuw. A. werd verscheidene malen belegerd : door Childeric 464; door de Noor mannen omstreeks 873, en op verschillende tijdstippen door de Tintonen, Eugelschen, Franschen; het werd 1793 vruchteloos aangetast door de Vendcérs; het is de geboorteplaats van Ménage, Bodin. Bernier den reiziger, David den beeldhouwer, enz.Het arrondissement A. beslaat uit 7 kantons en 9 vredegeregten, omvat 158,997 hectaren, en telt 150,000 inw.