Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Gepubliceerd op 31-05-2017

2017-05-31

Cellebroeders

betekenis & definitie

In de veertiende eeuw kwam er rampspoed over Europa, de pest. Deze zeer besmettelijke ziekte is enige eeuwen lang een plaaggeest geweest en heeft een zware druk gelegd op de gehele bevolking. Aangezien de afloop praktisch altijd dodelijk was, heeft het ook het uitvaartwezen beïnvloed, zo sterk zelfs, dat de bevolldng het begraven der doden niet meer aankon. Doch in uiterste nood doet zich meestal een oplossing voor: het Convent der Alexianen ofwel de Cellebroeders, een lekenconvent.

Cellebroeders. Links de huisdracht, rechts de uitgaande dracht. Litho van Van der Kellen, 19e eeuwDe naam cellebroeders komt voor sedert de eerste helft van de vijftiende eeuw en verving definitief alle andere termen die een ongunstige klank hadden gekregen. Over het ontstaan en de betekenis van het woord 'celle' is men het niet eens. Volkskundige bronnen geven aan dat het is afgeleid van 'la cella', het graf, hiermede zinspelend op het aandeel van de broeders bij het begraven van de pestlijders en op hun bijnaam van 'gratbroeders'. Kerkelijke bronnen geven echter aan dat 'cella' gelijkgesteld moet worden met kloostercel. De broeders werden in de volksmond ook cellieten, lollaards of lollarden genoemd, vanwege hun wijze van zingen tijdens de uitvaart. Begrafenis op het kerkhof door Cellebroeders, 1504Verder worden zij vermeld als: 'de Broedertgijns die om broot gaen' (Amsterdam, 1453) of 'Convent van Sin te Alexius in Emmaus' . De naam 'Alexianen' komt pas op aan het einde der vijftiende eeuw wanneer kleine, verspreide groepen van lekebroeders en zusters zich verenigd hebben in één groot convent en zij als vrije broedergemeenschap de Heilige Alexius kiezen als hun beschermheilige. Daarvoor hebben reeds verschillende pausen hun goedkeuring gehecht aan de celleorden. In 1462 nam paus Pius ii op verzoek van hertog Karel de Stoute hen op onder de geestelijke orden en gaf hun de regels van Sint Augustinus tot voorschrift. De cellebroeders en zusters waren leken. Dat wil zeggen dat, hoewel zij in een kloostergemeenschap leefden, de broeders geen diensten aan het altaar mochten verrichten. Hiervoor werden priesters aangesteld en van de stad Kampen is bekend, dat in de kapel van de 'Swarte Susteren' (nu Doopsgezinde kerk) de mis werd opgedragen door een pater van het dichtbij gelegen Minderbroedersklooster. Gedreven door religieuze motieven, namelijk het beoefenen van de Zeven Werken van Barmhartigheid, waren de cellebroeders ondanks vele tegenwerkingen van overheden en gilden, onmisbaar geworden. Zij deden vrijwillig alle taken, waarvoor iedereen bedankte, hetgeen door verscheidene stadsbesturen werd erkend. De broeders werden aanvaard omdat ze onvervangbaar waren geworden in tijden van nood.'De doden begraven' door Cellebroeders, detail uit 'De zeven werken van Barmhartigheid' rond 1500Restant van het Cellebroedersklooster te Middelburg, ookwel genaamd 'Simpelhuis'